Uitspraak
Ontbinding geregistreerd partnerschap met nevenvoorzieningen
[de vrouw] ,
[de man] ,
beschikkingop het op 9 augustus 2024 ingekomen verzoek inzake C/09/688193 / FA RK 25-5183 van:
[jongmeerderjarige] ,
Procedure
Feiten
Verzoek en verweer
Beoordeling
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
+€ 3.175,-). Omdat de ouders twee kinderen hebben en de oudste ( [jongmeerderjarige] ) jong-meerderjarig is, zal de rechtbank de behoefte van [minderjarige] berekenen op basis van een gezin van twee kinderen. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2024 leidt een NBGI van € 5.716,- tot een behoefte van twee kinderen van € 1.393,- per maand. Voor [minderjarige] gaat de rechtbank daarom uit van een behoefte van € 697,- (€ 1.393 / 2).
Volgens de Wsf bestaat het budget voor een student uit een normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, een tegemoetkoming in de kosten van lesgeld dan wel het collegegeldkrediet en de reisvoorziening. Een student die stelt voor één of meer bepaalde posten een hoger budget nodig te hebben, moet dat aannemelijk maken. De aanspraken die een student heeft op studiefinanciering of een andere tegemoetkoming (zoals een bijdrage uit een privaat studiefonds) kunnen de behoefte onder omstandigheden verlagen. In het algemeen zijn de basisbeurs en de aanvullende beurs (een gift) behoefte verlagend, omdat van een student in redelijkheid mag worden verlangd dat hij binnen de genoemde termijn een diploma haalt.’.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
- advocaatkosten van € 300,- per maand;
- een geldlening bij de moeder van de man ten bedrage van € 19.000,- (per 9 november 2025), waarop de man stelt € 250,- per maand af te lossen;
- een geldlening bij de oom van de man ten bedrage van € 7.700,- (per 9 november 2025), waarop de man stelt € 150,- per maand af te lossen.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
- periode I: € 1.267,-;
- periode II: € 1.106,-;
- periode III: € 1.268,-.
€ 331,-
€ 115,-
€ 277,-
€ 97,-
€ 331,-
€ 115,-
Beslissing
- € 366,- per maand over de periode van 9 augustus 2024 tot 1 januari 2025;
- € 420,- per maand in 2025;
- € 366,- per maand met ingang van 1 januari 2026;
- € 128,- per maand over de periode van 9 augustus 2024 tot 1 januari 2025;
- € 146,- per maand in 2025;
- € 128,- per maand met ingang van 1 januari 2026;