Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, is sinds oktober 2025 in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten en beoordeelt of de maatregel rechtmatig is vanaf 17 december 2025.
Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt en dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede vanwege een lopende laissez-passer aanvraag die al langer dan twee jaar duurt. Tevens wijst hij op zijn medische omstandigheden en de impact van detentie op zijn gezondheid. Verweerder heeft een vertrekgesprek gevoerd en schriftelijk gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend werkt en dat er nog steeds zicht is op uitzetting. De medische situatie van eiser is meegenomen, en specialistische zorg wordt gefaciliteerd, waaronder een geplande reconstructieve operatie. Er zijn geen nieuwe feiten die het belang van eiser zwaarder doen wegen dan de noodzaak van bewaring.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.