Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Op 5 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak betreffende een beroep tegen een maatregel van bewaring die was opgelegd aan een eiser met de Marokkaanse nationaliteit. De maatregel was gebaseerd op artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet. Eiser had tegen het besluit van 6 oktober 2025 beroep ingesteld, waarbij hij tevens een verzoek om schadevergoeding indiende. Tijdens de zitting op 29 oktober 2025 was eiser aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde, terwijl de minister van Asiel en Migratie zich liet vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Eiser stelde dat zijn recht op consulaire bijstand was geschonden, omdat hij niet in staat was gesteld om contact op te nemen met de Marokkaanse vertegenwoordiging. De rechtbank oordeelde dat verweerder aan zijn verplichtingen had voldaan door eiser op zijn recht te wijzen, en dat eiser zelf ook de mogelijkheid had om contact op te nemen. De rechtbank concludeerde dat er geen reden was om de bewaring onrechtmatig te achten, aangezien eiser niet had aangetoond dat hij daadwerkelijk contact had willen leggen met de consulaire vertegenwoordiging.
Daarnaast betoogde eiser dat het terugkeerbesluit niet als basis voor de maatregel van bewaring kon dienen, omdat er geen land van terugkeer was genoemd. De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit van 28 november 2018, hoewel het geen land van terugkeer vermeldde, voldoende duidelijkheid bood over de verwachting dat eiser naar Marokko zou terugkeren. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was en dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld in de uitvoering van de uitzetting. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, evenals zijn verzoek om schadevergoeding.