ECLI:NL:RBDHA:2026:2516
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens onredelijk late indiening tegen niet tijdig beslissen UWV herbeoordeling
Eiseres heeft op 13 mei 2022 een verzoek ingediend bij het UWV om de mate van arbeidsongeschiktheid van een voormalige werknemer te herbeoordelen. Het UWV had uiterlijk op 12 juli 2022 moeten beslissen, maar nam geen besluit binnen deze termijn. Pas op 18 september 2025 stuurde eiseres een ingebrekestelling aan het UWV, waarna het UWV op 26 november 2025 een dwangsombeschikking ontving.
Eiseres diende op 9 oktober 2025 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen, maar dit was meer dan drie jaar en twee maanden na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn. De rechtbank oordeelt dat dit beroep onredelijk laat is ingediend en verklaart het daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Hoewel het UWV na de ingebrekestelling het verzoek verder in behandeling nam en een dwangsom betaalde, acht de rechtbank dit geen reden om het beroep alsnog als tijdig te beschouwen.
De rechtbank benadrukt dat eiseres ruim drie jaar en twee maanden heeft gewacht met het indienen van een ingebrekestelling en in die periode geen contact met het UWV heeft gehad. Tevens was eiseres sinds oktober 2019 op de hoogte van de reden van de vertraging vanwege zwangerschap van de werknemer. De rechtbank ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling en doet uitspraak zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen van het UWV wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijk late indiening.