ECLI:NL:RBDHA:2026:275
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitstel van vertrek wegens onvoldoende medische onderbouwing
Eiser heeft op 29 oktober 2025 uitstel van vertrek aangevraagd vanwege een spoedeisende oogoperatie en medische controles. De minister wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat de operatie in Nederland moest plaatsvinden of dat reizen naar Duitsland onmogelijk was.
Na een operatie in Nederland op 12 november 2025 en meerdere poliklinische controles, bleef de minister bij zijn afwijzing. Eiser stelde dat hij in Duitsland geen toegang tot adequate medische zorg heeft en dat de overdracht aan Duitsland in strijd is met het belang van het kind vanwege scheiding van zijn stiefvader.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende medische stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat reizen naar Duitsland niet mogelijk is. Een arts heeft eiser op 19 december 2025 fit to travel verklaard. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel rechtvaardigt de overdracht aan Duitsland, waar eiser naar verwachting vergelijkbare medische zorg kan ontvangen.
De stelling dat de belangen van het kind onvoldoende zijn meegewogen, wordt verworpen omdat eiser samen met zijn familie wordt overgedragen en de relatie met de stiefvader geen grond is voor uitstel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek naar Duitsland.