ECLI:NL:RBDHA:2026:2776
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Bulgarije
Eiser heeft een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel ingediend, die door de minister op 23 september 2025 niet-ontvankelijk is verklaard omdat eiser internationale bescherming geniet in Bulgarije. Eiser betwist deze niet-ontvankelijkheid en voert aan dat terugkeer naar Bulgarije een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt vanwege slechte behandeling en omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn terugkeer tot een schending van artikel 3 EVRM Pro leidt. De slechte omstandigheden tijdens de asielprocedure in Bulgarije dateren van vóór de vergunningverlening en zijn niet vergelijkbaar met de situatie als statushouder. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij geen toegang heeft tot medische zorg, huisvesting of sociale voorzieningen in Bulgarije.
Daarnaast is volgens vaste rechtspraak het feit dat eiser internationale bescherming geniet in Bulgarije voldoende om een band met dat land aan te nemen, zodat terugkeer redelijk is. Eisers verblijf en werk in Nederland vormen geen bijzondere omstandigheid die dit verandert.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag. Eiser kan terugkeren naar Bulgarije en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wegens internationale bescherming in Bulgarije.