De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor het aanvragen van een paspoort en het maken van een vakantie met de minderjarige, omdat de vader geen toestemming gaf. Partijen oefenen gezamenlijk gezag uit over het kind, maar de vader was niet bereid toestemming te verlenen en verscheen niet op de zitting.
De rechtbank oordeelde dat het in het belang van het kind is dat het een geldig legitimatiebewijs heeft en dat de moeder daarom vervangende toestemming krijgt voor het paspoort. Voor de vakantie gaf de moeder aan dat het contact met de vader verbroken is en zij met het kind en haar ongeboren baby naar het buitenland wil reizen, met ondersteuning van haar vader.
De rechtbank vond het belang van het kind ook hier leidend en beperkte de vakantieperiode tot drie maanden in plaats van de door de moeder gevraagde zeven maanden, om het contact met de vader niet onnodig te belemmeren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen dragen hun eigen proceskosten.