ECLI:NL:RBDHA:2026:288
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek om proceskostenveroordeling in bestuursrechtelijke procedure
In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, wordt het verzoek van de verzoeker om een proceskostenveroordeling tegen de minister van Asiel en Migratie toegewezen. De verzoeker, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde mr. M.F. Wijngaarden, had een beroepschrift ingediend tegen een besluit van de minister van 5 september 2025, waarin werd vastgesteld dat de verzoeker meerderjarig is. Dit beroep is geregistreerd onder kenmerk NL25.46566. De verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om het bestreden besluit te schorsen, met de argumentatie dat zijn geboortedatum onjuist was vastgesteld. Op 5 december 2025 trok de verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening in, omdat de minister zijn voornemen tot overplaatsing had ingetrokken. Echter, het verzoek om proceskostenveroordeling bleef gehandhaafd.
De voorzieningenrechter heeft de minister in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling. De minister heeft aangegeven zich niet te verzetten tegen deze veroordeling. De voorzieningenrechter heeft vervolgens zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om proceskostenveroordeling toegewezen. De proceskosten zijn berekend op € 934,-, aangezien de verzoeker zich had laten bijstaan door een gemachtigde die een proceshandeling had verricht. De minister is veroordeeld tot betaling van deze kosten aan de rechtsbijstandverlener, omdat aan de verzoeker een toevoeging was verleend. De voorzieningenrechter concludeert dat de minister met de intrekking van het voornemen aan het verzoek van de verzoeker is tegemoetgekomen, wat de basis vormt voor de toewijzing van het verzoek om proceskostenveroordeling.