ECLI:NL:RBDHA:2026:2932
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit naar Algerije na tijdelijke bescherming Oekraïne afgewezen
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon die tijdelijk bescherming genoot als derdelander uit Oekraïne, werd door verweerder verplicht binnen vier weken na 4 september 2025 terug te keren naar Algerije. Eiser stelde dat hij niet gehoord was voorafgaand aan het besluit en dat terugkeer een reëel risico op ernstige schade met zich meebrengt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de hoorplicht niet heeft geschonden, aangezien eiser op 4 juni 2025 een voornemen tot terugkeerbesluit ontving en voldoende gelegenheid had om zijn standpunten kenbaar te maken. Daarnaast is niet gebleken dat eiser een verblijfsvergunning heeft of een aanvraag daartoe heeft lopen.
De rechtbank stelde vast dat er geen aanwijzingen zijn dat terugkeer naar Algerije leidt tot schending van artikel 3 EVRM Pro of het non-refoulementbeginsel. De asielaanvraag van eiser was buiten behandeling gesteld en er zijn geen nieuwe omstandigheden aangevoerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit naar Algerije wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.