Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 30 juli 2024 en moest binnen zes maanden beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde de minister op 26 november 2025 in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft beslist. De minister moet binnen zestien weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit nemen, waarbij eerst binnen acht weken een nader gehoor over de asielmotieven moet plaatsvinden. Voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, is een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €467, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De rechtbank heeft geen zitting gehouden en baseert zich op de schriftelijke stukken. De uitspraak is openbaar en op 27 januari 2026 bekendgemaakt.