Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel, waarbij de rechtbank in een eerdere uitspraak van 27 mei 2025 een beslistermijn van acht weken had gesteld.
De rechtbank constateert dat de minister niet binnen deze termijn heeft beslist en dat het beroep daarom gegrond is. Omdat de minister geen verweerschrift heeft ingediend, is onduidelijk wanneer alsnog een besluit wordt genomen. De rechtbank legt daarom een nieuwe beslistermijn van twee weken op na verzending van deze uitspraak.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 250,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-. De minister wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres, die een professionele gemachtigde inschakelde. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk zonder dat een ingebrekestelling vereist was vanwege de eerdere rechterlijke termijnstelling.