AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse eiser wegens ongeloofwaardige verklaringen over mensensmokkelaar
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende man, diende op 5 maart 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege medische kosten voor zijn dochter en problemen met een mensensmokkelaar genaamd [naam 2], die lid zou zijn van de Black Axe, bescherming zocht. Verweerder achtte de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig, maar vond de verklaringen over de mensensmokkelaar ongeloofwaardig vanwege gebrek aan samenhang, onderbouwing en aannames.
Eiser stelde in beroep dat verweerder ten onrechte bewijsvereisten stelde en onvoldoende rekening hield met zijn verklaringen, waaronder de toegedichte homoseksualiteit en uitbuiting. De rechtbank oordeelde dat verweerder de verklaringen terecht als ongeloofwaardig mocht beschouwen, mede omdat eiser geen asiel had aangevraagd tijdens zijn verblijf in Frankrijk en wisselende verklaringen gaf over visa-aanvragen.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder uiteindelijk wel een besluit had genomen. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser wegens het niet tijdig beslissen. Eiser kreeg geen gelijk en de asielaanvraag werd afgewezen als ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.
Voetnoten
1.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c van de Vw.
3.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e van de Vw.
4.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw.
5.Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.
6.Artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
7.Artikel 6:12, eerste lid, van de Awb.
9.Zie Informatiebericht 2025/28 Intrekken categoriale verlenging beslistermijn.
10.Artikel 6:20, derde lid, van de Awb.
11.Richtlijn 2011/95/EU.
12.Zie pagina 8 van het bestreden besluit.
13.Verslag nader gehoor, p. 10.
14.Verslag nader gehoor, p. 14.
15.Verslag nader gehoor, p. 14.
16.Verslag nader gehoor, p. 19.
17.Verslag nader gehoor, p. 19.
18.Verslag nader gehoor, p. 19.
19.Verslag nader gehoor, p. 5.
20.Uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 12 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:24019, rechtsoverweging 8.1.1. 21.Uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 januari 2026,
22.Als bedoeld in de artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b van de Vw.
23.1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor ½.