ECLI:NL:RBDHA:2026:3070

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
NL25.58633
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 6 sub c Vreemdelingenwet 2000Artikel 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek Cambodjaanse vrouw wegens onvoldoende aannemelijkheid vervolgingsgevaar

Eiseres, afkomstig uit Cambodja, heeft asiel aangevraagd met het argument dat zij vanwege haar deelname aan een demonstratie in Parijs en het niet stemmen bij verkiezingen in Cambodja problemen zou ondervinden van de autoriteiten. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk vervolgd wordt of een reëel risico loopt.

De rechtbank heeft het beroep behandeld en oordeelt dat verweerder het referentiekader van eiseres voldoende heeft betrokken. Hoewel eiseres verklaarde dat zij op Facebook herkenbaar was tijdens de demonstratie en dat de autoriteiten haar zoon benaderden, zijn haar verklaringen over de video en de betrokkenheid van de autoriteiten onsamenhangend en onvoldoende onderbouwd.

Verder is vastgesteld dat eiseres en haar zoon in de afgelopen periode geen problemen hebben ondervonden, hetgeen het risico op vervolging vermindert. Ook de aangevoerde landeninformatie en de situatie van haar dochter uit 2015 bieden onvoldoende steun voor het asielverzoek.

Ten slotte is het beroep op het recht op gezinsleven afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat er sprake is van een beschermenswaardig familie- en gezinsleven. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.58633

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. M. van Werven)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Samenvatting

1. Eiseres is afkomstig uit Cambodja. Zij heeft asiel aangevraagd. Zij stelt dat zij heeft deelgenomen aan een demonstratie tegen de Cambodjaanse regering in Parijs. Ook heeft zij niet gestemd tijdens de Cambodjaanse verkiezingen. Hier zijn de Cambodjaanse autoriteiten achter gekomen. Daardoor heeft eiseres problemen met de Cambodjaanse autoriteiten.
1.1.
Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen. Verweerder vindt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij vanwege haar politieke overtuiging problemen heeft ondervonden met de Cambodjaanse autoriteiten.
1.2.
De rechtbank volgt verweerder. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze asielaanvraag met het bestreden besluit van 24 november 2025 afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en IJ. Prum als tolk. Verweerder heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres stelt de Cambodjaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1963. Zij legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij is op 29 april 2023 naar Nederland gekomen voor familiebezoek en vakantie. Op 22 juli 2023 heeft zij, samen met haar man en dochter, deelgenomen aan een demonstratie tegen de Cambodjaanse regering in Parijs. Beelden van deze demonstratie zijn op Facebook geplaatst. Eiseres is op deze beelden herkenbaar. De autoriteiten van Cambodja zijn op de hoogte gekomen van de deelname van eiseres aan deze demonstratie. Op 24 juli 2023 kwamen de autoriteiten bij de zoon van eiseres langs in Cambodja. Zij hebben tegen hem gezegd dat eiseres zich bij terugkomst op het politiebureau moet melden. Eiseres vreest bij terugkeer voor de Cambodjaanse autoriteiten vanwege haar deelname aan de demonstratie in Parijs en omdat zij niet stemde tijdens de verkiezingen in 2023. Zij vreest bij terugkeer te worden gearresteerd en gevangen gezet.
Het bestreden besluit
4. Volgens verweerder bestaat het relaas van eiseres uit de volgende asielmotieven:
De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres
De politieke overtuiging van eiseres en haar deelname aan de demonstratie in Parijs
De problemen van eiseres vanwege haar politieke uitingen en deelname aan de demonstraties
4.1.
Verweerder gelooft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres. Ook gelooft verweerder de politieke overtuiging van eiseres en haar deelname aan de demonstratie in Parijs. Verweerder gelooft echter niet dat eiseres problemen heeft ondervonden vanwege haar politieke uitingen en deelname aan demonstraties. Volgens verweerder vormen de verklaringen van eiseres immers geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiseres verklaart wisselend over wat de autoriteiten toonde aan haar zoon. Ook verklaart eiseres summier over de gestelde video van haar die op Facebook stond. Tevens verklaart eiseres ongerijmd over de belangstelling van de autoriteiten. Verder kan zij geen inzicht geven of zij wordt vervolgd in Cambodja sinds haar vertrek. Om deze redenen voldoet eiseres niet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
4.2.
Verweerder stelt zich voorts op het standpunt dat eiseres enkel vanwege haar politieke mening niet zal worden vervolgd in Cambodja. De politieke overtuiging van eiseres heeft in het verleden immers niet tot problemen geleid. Verder vindt verweerder dat eiseres bij terugkeer naar Cambodja geen reëel risico loopt op ernstige schade.
4.3.
Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. Verweerder heeft eiseres daarbij een terugkeerbesluit opgelegd, waarin staat dat zij binnen vier weken Nederland moet verlaten.
Heeft verweerder het referentiekader van eiseres voldoende bij zijn beoordeling betrokken?
5. Eiseres voert aan dat verweerder het referentiekader van eiseres onvoldoende bij zijn beoordeling heeft betrokken. Hoewel verweerder het referentiekader van eiseres in het voornemen heeft vastgesteld en hoewel hij het referentiekader van eiseres ook in het bestreden besluit kenbaar heeft betrokken, had verweerder eiseres niet mogen tegenwerpen dat zij niet gedetailleerd heeft verklaard over wat er op de video op Facebook te zien was en hoe haar identiteit op basis van deze video bekend is gemaakt. Verweerder had eiseres ook niet mogen tegenwerpen dat zij wisselend heeft verklaard over de vraag of de Cambodjaanse autoriteiten een foto hebben laten zien aan haar zoon. Tijdens het nader gehoor was eiseres immers misselijk en had zij last van haar knie. Ook blijkt uit het nader gehoor dat eiseres de vragen soms niet goed begreep. De hoorambtenaar heeft niet uitgezocht of dit kwam door de tolk of dat eiseres moeite had met het begrijpen van de vraagstelling.
5.1.
De rechtbank volgt eiseres niet en vindt dat verweerder het referentiekader van eiseres voldoende bij zijn beoordeling heeft betrokken. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Allereerst stelt de rechtbank vast dat eiseres niet betwist dat verweerder haar referentiekader in het voornemen heeft vastgesteld en dat haar referentiekader ook in het bestreden besluit kenbaar is betrokken. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verweerder eiseres niet tegenwerpt dat zij niet wist hoe lang de video op Facebook was. Verweerder werpt eiseres wel tegen dat zij niet duidelijk heeft verklaard over wat er precies te zien is in de video en hoe haar identiteit op basis van deze video bekend is geraakt bij de Cambodjaanse autoriteiten. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiseres dit mocht tegenwerpen, omdat de video op Facebook de kern raakt van het asielrelaas van eiseres. Van eiseres mocht worden verwacht dat zij gedetailleerder hierover kon verklaren.
5.2.
Daarnaast overweegt de rechtbank dat eiseres tijdens het nader gehoor had verklaard dat zij paracetamol had ingenomen en dat zij zich beter voelde nadat zij gegeten had. Eiseres is gedurende het nader gehoor dus opgeknapt. Bovendien heeft eiseres aan het begin van het nader gehoor aangegeven dat zij zich goed genoeg voelde om het gehoor te laten plaatsvinden.
5.3.
Verder oordeelt de rechtbank dat eiseres niet heeft onderbouwd waaruit blijkt dat zij tijdens het nader gehoor de vragen van de hoorambtenaar niet goed begreep. Aan het begin van het nader gehoor heeft eiseres aangegeven dat zij de tolk goed kon verstaan. De stelling van eiseres dat de tolk mogelijk niet goed heeft vertaald, volgt de rechtbank niet. Afgezien van het feit dat dit enkel een aanname van eiseres is, moet de tolk voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen. [1] Daarom mag van haar worden verwacht dat zij alles correct vertaalt. Bovendien mocht verweerder zich op het standpunt stellen dat uit het verslag van het nader gehoor blijkt dat de hoorambtenaar meermaals vragen heeft herhaald, waarna eiseres uiteindelijk een concreet antwoord gaf. Hieruit blijkt dat eiseres de vraagstelling uiteindelijk heeft begrepen.
5.4.
De beroepsgrond slaagt niet.
Mocht verweerder de problemen van eiseres wegens haar politieke uitingen en deelname aan demonstraties ongeloofwaardig vinden?
6. Eiseres voert aan dat verweerder de problemen van eiseres met de Cambodjaanse autoriteiten niet ongeloofwaardig mocht vinden. Eiseres voert hiertoe het volgende aan.
Eiseres voert allereerst aan dat het vreemd is dat verweerder haar tegenwerpt dat zij niet aannemelijk en samenhangend zou hebben verklaard ten aanzien van het feit dat zij niet eerder op de Facebook-account van [naam 1] (de persoon die de video over de demonstratie in Parijs had geüpload) heeft gekeken, terwijl verweerder niet betwist dat eiseres niet digitaal vaardig is en Facebook niet goed kan bedienen. Bovendien heeft eiseres pas middels het voornemen gehoord waarom haar asielrelaas niet geloofwaardig is. Toen heeft zij alsnog zoveel mogelijk informatie proberen te verzamelen.
Ten tweede voert eiseres aan dat verweerder ten onrechte heeft overwogen dat de verklaringen van eiseres zijn beoordeeld in de context van de situatie in Cambodja. In het bestreden besluit wordt immers op geen enkele wijze ingegaan op de in de zienswijze naar voren gebrachte landeninformatie, terwijl hierin uitvoerig is gemotiveerd welke risico's er verbonden zijn aan het niet-stemmen en de deelname aan demonstraties.
Ten derde voert eiseres aan dat verweerder ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom de omstandigheid dat eiseres in de afgelopen periode geen problemen heeft gehad in Cambodja en dat ook haar zoon geen problemen heeft ondervonden, betekent dat eiseres niet langer onder de negatieve aandacht staat. Daarbij heeft verweerder miskend dat de zoon van eiseres vrijwel nooit thuis is vanwege werk. Tevens heeft verweerder miskend dat juist het openlijk kritiek uiten via sociale media, met name in de aanloop naar de verkiezingen, tezamen met het dreigement van [naam 2] (voorzitter van het Senaat in Cambodja) richting personen die niet gestemd hebben, het risico voor eiseres hebben vergroot.
Ten vierde voert eiseres aan dat het op de weg van verweerder ligt om inzichtelijk te maken in hoeverre de overige voorwaarden a, b, d en e uit artikel 31, zesde lid, van de Vw al dan niet aan eiseres zijn tegengeworpen, wat de invloed is van het wel of niet voldoen aan deze voorwaarden en of eiseres het voordeel van de twijfel moet worden gegund. Eiseres beroept zich hierbij op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen van 8 augustus 2025. [2]
6.1.
De rechtbank volgt eiseres niet en vindt dat verweerder de problemen van eiseres wegens haar politieke uitingen en deelname aan demonstraties ongeloofwaardig mocht vinden. De beroepsgrond slaagt daarom niet. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
6.1.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiseres mocht tegenwerpen dat zij onaannemelijk en onsamenhangend heeft verklaard over het Facebookaccount van [naam 1] . Eiseres heeft een screenshot overgelegd van het Facebook account van [naam 1] die een bericht heeft gepubliceerd op 22 juli 2023. Echter is het bericht niet meer te zien, omdat de inhoud niet beschikbaar is. De rechtbank overweegt dat verweerder eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat zij al eerder het bericht had kunnen overleggen. Immers, eiseres wist al eerder tijdens het nader gehoor te benoemen dat de video op het Facebook-account van [naam 1] stond. Om die reden hoefde verweerder de stelling van eiseres dat zij niet eerder op het account van [naam 1] had gekeken, niet te volgen. Bovendien heeft eiseres in het nader gehoor verklaard dat zij het account van [naam 1] niet meer kon vinden, maar gebleken is dat hij dezelfde naam gebruikt op Facebook. Daarnaast overweegt de rechtbank dat hoewel verweerder inderdaad heeft geconcludeerd dat eiseres niet digitaal vaardig is, eiseres wel enige kennis heeft van Facebook omdat zij zelf Facebook gebruikt en foto’s post op dat platform.
6.1.2.
Ten tweede oordeelt de rechtbank dat verweerder de verklaringen van eiseres voldoende heeft beoordeeld in het kader van openbare landeninformatie. Eiseres heeft in haar zienswijze onder andere verwezen naar een brief van Vluchtelingenwerk. [3] Verweerder heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat hoewel uit deze brief blijkt dat de Cambodjaanse regering zich richt op dissidenten in het buitenland en aanhangers van oppositiepartijen, evenals hun familieleden in Cambodja, eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Cambodjaanse regering zich ook specifiek richt op eiseres en haar familieleden. Bovendien blijkt nergens uit dat de Cambodjaanse autoriteiten erachter zijn gekomen dat eiseres naar de demonstratie is geweest. Wat betreft de gestelde risico’s van niet-stemmen heeft verweerder verwezen naar meerdere openbare bronnen waaruit volgt dat stemmen niet verplicht is in Cambodja, waaronder ‘IPU Parline Global data on national parliaments’. Wel blijkt dat voor de verkiezingen in juni 2023 bepaald is dat de kieswet van Cambodja gewijzigd zou worden, zodat iedereen die niet stemt uitgesloten zal worden van deelname als kandidaat in toekomstige verkiezingen. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat hieruit niet blijk dat eiseres een risico loopt op vervolging. Voor zover eiseres stelt dat mensen het risico lopen op boetes en sancties als zij het verkiezingsproces verstoren of belemmeren, heeft verweerder zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat het risico op een boete of sanctie geen gronden raakt van het Vluchtelingenverdrag en dat dat bij terugkeer ook geen ernstige schade zal opleveren.
6.1.3.
Ten derde oordeelt de rechtbank dat verweerder zich op het standpunt mocht stellen dat het feit dat eiseres en haar zoon in de afgelopen periode geen problemen hebben gehad met de Cambodjaanse autoriteiten, een indicatie is dat eiseres bij terugkeer ook geen problemen zal ondervinden. Bovendien blijkt uit bovengenoemde brief van Vluchtelingenwerk dat de Cambodjaanse regering zich richt op dissidenten in het buitenland evenals hun familieleden in Cambodja, maar uit de verklaringen van eiseres is gebleken dat de politie enkel op 24 juli 2023 bij eiseres thuis is langsgekomen en toen de zoon van eiseres heeft gesproken. In de afgelopen twee en een half jaar heeft eiseres niet vernomen dat de autoriteiten nog naar haar op zoek zijn, terwijl eiseres wel stelt dagelijks contact te hebben met haar zoon in Cambodja. Verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat dit afdoet aan de aannemelijkheid van de gestelde vervolging. De stelling van eiseres dat haar zoon veelal niet thuis is en de stelling dat het openlijk kritiek uiten op sociale media en de dreigementen van [naam 2] als Cambodjanen niet zijn gaan stemmen het risico op vervolging vergroten, doen niet af aan het feit dat eiseres en haar zoon de afgelopen periode geen problemen hebben ondervonden van de Cambodjaanse autoriteiten.
6.1.4.
De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom en op welke grond aan haar het voordeel van de twijfel gegund dient te worden. Eiseres verwijst naar een uitspraak van deze rechtbank, maar legt verder niet uit hoe dit ziet op de geloofwaardigheidsbeoordeling in haar zaak.
6.2.
De beroepsgrond slaagt niet.
Mocht verweerder concluderen dat eiseres bij terugkeer naar Cambodja geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade?
7. Eiseres voert aan dat verweerder ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom eiseres bij terugkeer geen gegronde vrees heeft voor vervolging, dan wel een reëel risico op ernstige schade loopt. Eiseres voert hiertoe het volgende aan.
Eiseres voert allereerst aan dat verweerder niet mocht oordelen dat de deelname van eiseres aan de demonstratie in Parijs onvoldoende is om aan te nemen dat eiseres in de negatieve belangstelling van de Cambodjaanse autoriteiten is komen te staan. Met dit oordeel gaat verweerder immers voorbij aan de context waarin de deelname aan de demonstratie en het niet-stemmen heeft plaatsgevonden. Eiseres verwijst naar landeninformatie, waaruit blijkt dat het gebruik van spionnen door de Cambodjaanse autoriteiten niet ongebruikelijk is.
Daarnaast voert eiseres aan dat verweerder heeft miskend dat de asielbeschikking van de dochter van eiseres relevant is, omdat eiseres vergelijkbare problemen heeft gehad als haar dochter, als gevolg van politieke uitingen en/of activiteiten. Daarmee wordt de werkwijze van de Cambodjaanse autoriteiten voor dergelijke dissidenten gestaafd.
7.1.
De rechtbank volgt eiseres niet. Met haar enkele verwijzing naar landeninformatie over het gebruik van spionnen heeft eiseres immers niet inzichtelijk gemaakt waarom zij met spionnen te maken zou hebben. Bovendien blijft staan - zoals hiervoor is overwogen - dat eiseres de afgelopen periode geen problemen heeft ondervonden van de Cambodjaanse autoriteiten.
7.2.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de verklaringen van de dochter van eiseres in het Finse asieldossier dateren uit 2015. Tijdens het nader gehoor heeft eiseres echter verklaard dat eiseres in 2013 dagelijks is gaan demonsteren, maar dat zij daarna niet meer heeft gedemonstreerd. Daarbij heeft eiseres verklaard dat ondanks dat het bekend was in Cambodja dat haar familie de oppositie steunde, eiseres geen problemen heeft ondervonden met de autoriteiten in het verleden en ook niet op het moment dat zij legaal het land verliet. Derhalve ziet de rechtbank niet in hoe de verklaringen uit het asieldossier van de dochter van eiseres de gestelde problemen van eiseres sinds 2023 onderbouwen. Daarnaast overweegt de rechtbank dat hoewel eiseres stelt dat haar dochter en diens echtgenoot in een vergelijkbare situatie hebben gezeten, de asielaanvraag van haar dochter in 2015 is ingewilligd naar aanleiding van de problemen en demonstraties in die tijd. Verweerder mocht de asielaanvraag van eiseres ex nunc en op zijn eigen merites beoordelen.
7.3.
De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft verweerder deugdelijk gemotiveerd waarom er geen aanleiding bestaat om eiseres een reguliere verblijfsvergunning te geven?
8. Eiseres voert aan dat verweerder ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom er geen aanleiding bestaat om eiseres een reguliere verblijfsvergunning te geven. Verweerder heeft miskend dat eiseres en haar echtgenoot woonachtig zijn bij hun dochter in plaats van op de COA [4] -locatie. Ook heeft verweerder tijdens het nader gehoor zeer beperkte vragen gesteld over de relatie tussen eiseres en haar dochter, terwijl hij in het kader van zijn ambtshalve toets aan artikel 8 van Pro het EVRM [5] juist vragen hierover moet stellen. Eiseres heeft een pasje van het COA overgelegd, waaruit blijkt dat zij een 'grijs bed' [6] heeft.
8.1.
De rechtbank volgt eiseres niet. In het bestreden besluit heeft verweerder voldoende uitgelegd wanneer verweerder familie-en gezinsleven aanneemt en welke voorwaarden daaraan zijn gekoppeld. De enkele stelling van eiseres dat verweerder tijdens het nader gehoor weinig vragen hierover heeft gesteld, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de hoorambtenaar voldoende vragen gesteld over de afhankelijkheid tussen eiseres en haar meerderjarige dochter om te kunnen concluderen dat er geen sprake is van familie-en gezinsleven. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
9. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.
9.1.
Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Broekhof, rechter, in aanwezigheid van mr. S.L. Clemens, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie ‘Inzet tolken IND- Toelichting’, brochure, maart 2021.
3.Vluchtelingenwerk, ‘Vervolging van overheidscritici in Cambodja’, brief, 17 november 2025.
4.Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
5.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
6.De aanduiding ‘grijs bed’ geeft aan dat de vreemdeling tijdelijk buiten de COA-opvanglocatie woont.