Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 2 juli 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de man;
- het verweer van de vrouw tegen de zelfstandige verzoeken van de man;
- het bericht met bijlagen van 22 mei 2025 van de man;
- het bericht met bijlage van 18 november 2025 van de man;
- het bericht met bijlagen van 12 december 2025 van de vrouw.
Feiten
- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 1999 in [plaats] .
- De kinderen van partijen zijn inmiddels meerderjarig.
- Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, kort gezegd inhoudende uitsluiting van iedere gemeenschap met een periodiek verrekenbeding.
Verzoek en verweer
- vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de vrouw;
Beoordeling
€ 800,- per maand aan overige vaste lasten. De vrouw had zelf tijdens het huwelijk geen inkomen. Op basis van de stukken is het volgens de vrouw niet mogelijk om een alimentatieberekening te maken, waardoor het netto besteedbaar inkomen van de man moet worden berekend op basis van de bovenstaande bedragen. De vrouw begroot het netto inkomen van de man op € 2.166,67 per maand (€ 500,- per week + € 800,- per maand). Haar behoefte is 60% daarvan € 1.780,- wat bruto € 3.217,- is.
“ [de man] : Hoeveel stortte ik naar [naam] ….naaar uhh….bracht jij voor mij naar de bank naar de RABO BANK elke week. 6 duizend, 8 duizend 10 duizend, zulke stappen. Ik ben blij dat ik dat al drie jaar niet doe (..)”(..) [de man] : Eerlijk spelen je speelt je hele leven niet eerlijk en nu wil je eerlijk spelen. (..) Ik wil eerlijk spelen, dan had je al die jaren moeten zeggen luister [de man] . Ik pak geen zwart geld aan. Ik wil alleen maar over de bank, ik wil niets zo in mijn handen. (..)” “ [de man] : Mama krijgt elke week 500, dat is 2200 euro…”. De rechtbank ziet in al deze omstandigheden aanleiding om uit te gaan van bedrijfsresultaat uit 2024 aan winst uit onderneming. De rechtbank zal dit bedrag aanvullen met een bedrag van € 2.165,- per maand aan netto-inkomsten, te weten € 500,- per week aan contant geld die de man gewoonlijk aan de vrouw werd betaald (500 x 4 x 13/12).
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting;
- de zelfstandigenaftrek;
- de MKB-winstvrijstelling.
€ 3.505,- per maand. Op grond van het voorgaande bedraagt de draagkrachtruimte van de man € 1.088,- per maand. Hiervoor is 60% beschikbaar voor partneralimentatie, wat neerkomt op € 653,- per maand. De man heeft dus een draagkracht van € 653,- per maand.
Voor zover een echtgenoot in overwegende mate bij machte is te bepalen dat de winsten van een niet op zijn eigen naam uitgeoefende onderneming hem rechtstreeks of middellijk ten goede komen, dienen de echtgenoten, naar normen die in het maatschappelijk verkeer als redelijk worden beschouwd, vast te stellen welk gedeelte van de winst van die onderneming inkomen is van de desbetreffende echtgenoot.
De echtgenoot die meer heeft bijgedragen in de kosten van de huishouding dan zijn aandeel ingevolge het hiervoor bepaalde, heeft het recht het te veel bijgedragene terug te vorderen van een andere echtgenoot. Het recht om het aldus te veel bijgedragene terug te vorderen vervalt een halfjaar na de ontbinding van het huwelijk of, in geval van scheiding van tafel en bed, een halfjaar nadat de uitspraak in krach van gewijsde is gegaan.
over de tijd dat de echtgenoten anders dan in onderling overleg niet samenwonen of dat tussen hen scheiding van tafel en bed bestaat;
over het kalenderjaar waarin het inkomen van een echtgenoot, ten gevolge van verlies in een zelfstandig uitgeoefend beroep of bedrijf van die echtgenoot negatief is;
indien een echtgenoot surseance van betaling heeft of een regeling in het kader van de Wet schuldsanering , of in staat van faillissement verkeert of verkeerd heeft. Verrekening zal na het einde van het faillissement (wederom) wel plaatshebben indien en zodra het vermogen van de desbetreffende ex-gefailleerde echtgenoot positief is;
voor zover bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten.
Beslissing
- een taxatierapport van de waarde van de bedrijfspanden aan de [adres 2] per peildatum (5 augustus 2024) en de eventueel daarop rustende hypothecaire leningen per peildatum;
- een taxatierapport van de waarde van de voorraad en inventaris van de eenmanszaak van de man [eenmanszaak] per peildatum (5 augustus 2024);
- saldi van de bankrekeningen per peildatum 5 augustus 2024:
uiterlijk op 1 mei 2026in het geding brengen;
uiterlijk op 1 juni 2026op deze elkaars stukken te reageren;
ten aanzien van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaardenaan tot
1 juni 2026 pro forma.