Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 24 juli 2024 en moest binnen zes maanden beslissen. Eiseres stelde de minister op 28 oktober 2025 schriftelijk in gebreke, waarna zij meer dan twee weken later beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat de minister niet tijdig heeft beslist en dat eiseres het beroep terecht heeft ingesteld. Omdat eiseres nog niet is gehoord over haar asielmotieven, bepaalt de rechtbank dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor moet afnemen en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van € 467,- vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en bekendgemaakt op 13 februari 2026.