ECLI:NL:RBDHA:2026:3233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens vertraagde beslissing verblijfsvergunning
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 9 oktober 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De minister erkende de vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep en dat toekenning van proceskosten passend was. Gezien de lichte aard van de zaak en het inschakelen van een professionele hulpverlener, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
De rechtbank veroordeelde de minister tot vergoeding van €467,- aan proceskosten en het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Loman zonder zitting, op 13 januari 2026.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €467,- aan proceskosten en het griffierecht wegens te late besluitvorming.