3.1.Eiser stelt daarnaast dat er geen zicht is op een rechtmatige uitzetting omdat de op 22 november 2025 verstrekte lpis gebaseerd op een alias en dus niet de juiste persoonsgegevens vermeldt. Eiser verwacht hierdoor bij aankomt in Algerije in de problemen te komen en wil ook om deze reden voordat hij vertrekt spreken met de Algerijnse consul.
4. De beroepsgronden slagen niet. Zoals door de minister op de zitting terecht is opgemerkt, is de lp aangevraagd op basis van de door eiser opgegeven personalia. De lp is daarnaast niet alleen verstrekt op basis van de door eiser opgegeven personalia, maar ook op basis van onderzoek in het registratiesysteem van de Algerijnse autoriteiten. Eiser heeft met hetgeen is aangevoerd niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van onjuiste persoonsgegevens. De rechtbank volgt eiser daarom niet in de stelling dat er geen sprake is van een rechtmatige uitzetting. Dat eiser wordt geschonden in zijn recht op consulaire bijstand volgt de rechtbank eveneens niet. Eiser heeft in het vertrekgesprek van 27 november 2025, nadat hem was medegedeeld dat zijn nationaliteit was bevestigd en er een vlucht zou worden aangevraagd, uitdrukkelijk aangegeven niet gepresenteerd te willen worden. Uit het vertrekgesprek van 1 december 2025, om 10:45 uur, blijkt dat eiser zich heeft bedacht en hij toch gepresenteerd wil worden. Dit was nadat hem was medegedeeld dat er vlucht was geboekt met vertrek op 15 december 2025. De rechtbank volgt de minister in de stelling dat hij in deze kwestie afhankelijk is van de werkwijze van de Algerijnse autoriteiten en dat deze hebben aangegeven dat een presentatie niet meer mogelijk is wanneer daar eenmaal vanaf is gezien. Uit het vertrekgesprek van 1 december, om 15:40 uur, blijkt verder dat eiser is meegedeeld dat het hem vrij staat om zelf telefonisch contact te zoeken met de consul. Van een schending van het recht op consulaire bijstand is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.
5. De minister heeft sinds het sluiten van het onderzoek in de vorige periode vijf vertrekgesprekken met eiser gevoerd. De nationaliteit van eiser is op 22 november 2025 door de Algerijnse autoriteiten bevestigd en op 11 december 2025 is een lp afgegeven. Op 15 december 2025 was een onbegeleide vlucht voor eiser geboekt, maar deze is geannuleerd nadat eiser weigerde vrijwillig te vertrekken. Op dezelfde dag is een nieuwe vlucht, met escorts, aangevraagd. Deze is op 17 december 2025 akkoord bevonden en zal op 12 januari 2026 vertrekken. De rechtbank vindt deze gang van zaken voldoende voortvarend.
6. De rechtbank ziet ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de periode tussen het sluiten van het vorige onderzoek en het sluiten van het onderhavige onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.