ECLI:NL:RBDHA:2026:333
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring en recht op consulaire bijstand afgewezen
De minister van Asiel en Migratie legde op 1 augustus 2025 aan eiser een maatregel van bewaring op, die nog steeds van kracht is. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 9 januari 2026 via telehoren.
Eiser voerde aan dat hij niet kon communiceren met de Algerijnse autoriteiten en dat de laissez-passer (lp) onrechtmatig was afgegeven op basis van onjuiste persoonsgegevens, wat zijn recht op consulaire bijstand zou schenden. De rechtbank oordeelde dat de lp was gebaseerd op door eiser opgegeven gegevens en verificatie bij de Algerijnse autoriteiten, en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gegevens onjuist waren.
Verder bleek uit vertrekgesprekken dat eiser aanvankelijk niet gepresenteerd wilde worden, maar later van gedachten veranderde. De minister kon echter geen presentatie faciliteren vanwege de werkwijze van de Algerijnse autoriteiten. De rechtbank vond geen schending van het recht op consulaire bijstand.
De nationaliteit van eiser werd bevestigd, een lp afgegeven, en een vlucht met escorts gepland. De rechtbank achtte de voortgang voldoende voortvarend en concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.