Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft op 16 januari 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 27 mei 2024 om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en gaf de minister een termijn van acht weken om een besluit te nemen. Nadat de minister op 25 september 2025 alsnog een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat de minister door het niet tijdig beslissen en het latere besluit geheel of gedeeltelijk aan verzoekster tegemoet is gekomen. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank in dat geval de proceskosten veroordelen. De rechtbank stelt de proceskosten vast op €467, gebaseerd op een puntensysteem en een lichte wegingsfactor, omdat het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig beslissen.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van deze proceskosten aan verzoekster. De uitspraak is gedaan door rechter W.H. Bel op 19 februari 2026 en is zonder zitting gewezen.
Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot betaling van €467 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de aanvraag.