ECLI:NL:RBDHA:2025:4402
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eisers hebben verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit, waardoor het beroep ontvankelijk is en kennelijk gegrond.
De rechtbank oordeelt dat bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna een termijn van twintig weken geldt.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en openbaar gemaakt op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.