Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 21 april 2024 ontvangen, waarna de minister zes maanden had om te beslissen. Deze termijn is met 21 maanden overschreden.
Eiser stelde de minister op 12 november 2025 schriftelijk in gebreke, waarna hij binnen de wettelijke termijn beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet tijdig heeft beslist. De minister had aanvankelijk de beslistermijn verlengd, maar deze verlenging is ingetrokken, waardoor de zes maanden termijn weer geldt.
De rechtbank legt de minister op binnen zes weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van €467 vanwege de inschakeling van juridische hulp.