Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende persoon, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd op 26 september 2025. Tevens verzocht eiser om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
De rechtbank toetste of de voortzetting van de maatregel sinds 26 november 2025 rechtmatig is. Eiser stelde dat de voortduring niet tijdig was getoetst en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde, mede vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting naar Egypte binnen een redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder nog niet verplicht was tot kennisgeving binnen 75 dagen en dat de voortgangsrapportage voldoende voortvarend handelen aantoonde, met regelmatige rappels bij de Egyptische autoriteiten en vertrekgesprekken met eiser. Het ontbreken van concrete uitzettingsreacties leidt niet tot onrechtmatigheid.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.