ECLI:NL:RBDHA:2026:3520

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
C/09/667191 / FA RK 24-3864
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek man tot aanvullende bankafschriften en benadeling gemeenschap na echtscheiding

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de man in een procedure na een pro forma echtscheiding. De man verzocht om aanvullende bankafschriften van de vrouw over een periode van zes maanden voorafgaand aan het verzoekschrift, met het oog op mogelijke benadeling van de gemeenschap.

De vrouw had reeds bankafschriften overgelegd van 1 april 2024 tot en met 23 mei 2024, conform een eerdere beschikking van 6 juni 2025. De man erkende dat uit deze stukken geen aanwijzingen voor benadeling van de gemeenschap naar voren kwamen. De rechtbank oordeelde dat geen aanleiding bestond om de vrouw te verplichten tot het verstrekken van extra bankafschriften.

Verder handhaafde de rechtbank de eerdere beslissingen omtrent huurrecht, hoofdverblijfplaats van de kinderen, zorgregeling en alimentatie. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek van de man werd derhalve afgewezen.

Uitkomst: Verzoek man tot aanvullende bankafschriften en vaststelling benadeling gemeenschap wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummers: FA RK 24-3864 (echtscheiding) en FA RK 24-5547 (verdeling)
Zaaknummers: C/09/667191 (echtscheiding) en FA RK C/09/670429 (verdeling)
Datum beschikking: 23 januari 2026

Scheiding

Beschikking op het op 23 mei 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. Hashem Jawaheri te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,
met een bij de rechtbank bekend briefadres,
advocaat: mr. D. Abd Rabou te Den Haag.

Procedure

Bij beschikking van 6 juni 2025 van deze rechtbank is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat:
  • de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte te [plaats] aan de [adres] ([postcode]);
  • de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats], de hoofdverblijfplaats bij de man zal hebben en dat [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats], de hoofdverblijfplaats bij de vrouw zal hebben;
  • totdat de man een eigen woonruimte heeft gevonden de voorlopige zorgregeling doorloopt, inhoudende dat de kinderen bij de man zijn om het weekend op zaterdag en zondag van 13.00 uur tot 19.00 uur, zonder overnachting, alsmede een extra moment wat partijen in onderling overleg afstemmen;
  • zodra de man een eigen woonruimte heeft gevonden er een co-ouderschapsregeling zal gelden waarbij de kinderen de ene week bij de vrouw zullen verblijven en de andere week bij de man;
  • de man aan de vrouw, met ingang van heden een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen, van € 537,- per maand, zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
  • de vrouw binnen een periode van drie weken na datum beschikking (derhalve uiterlijk op 27 juni 2025) aan de man afschrift dient te verstrekken van alle op haar naam staande bankrekeningen over de periode vanaf 1 april 2024 tot en met 23 mei 2024;
  • het meer of anders verzochte door partijen ten aanzien van het huurrecht, de hoofdverblijfplaats van de kinderen en de zorgregeling en hetgeen meer of anders door de man in incident is verzocht, wordt afgewezen;
  • iedere verdere beslissing wordt aangehouden ten aanzien van het verzoek omtrent de benadeling van de gemeenschap en de proceskosten tot 15 juli 2025 pro forma.
De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:
- het bericht van 6 augustus 2025 van de zijde van de man;
- het bericht van 12 augustus 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlagen;
- het bericht van 15 oktober 2025 van de zijde van de vrouw;
- het bericht van 27 oktober 2025 van de zijde van de man;
- het bericht van 27 oktober 2025 van de vrouw;
- het bericht van 5 januari 2026 van de zijde van de vrouw.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Benadeling gemeenschap
Bij bericht van 12 augustus 2025 heeft de vrouw de gevraagde bankafschriften in het geding gebracht. De man heeft als reactie hierop aangegeven dat uit deze bankafschriften niet volgt dat de vrouw gelden heeft weggesluisd. De man heeft verzocht alsnog te bepalen dat de vrouw voor de zes maanden vooraf aan de datum van indiening van het verzoekschrift. De vrouw maakt bezwaar hiertegen en stelt dat zij voldaan heeft aan de beslissing van de rechtbank.
De rechtbank overweegt als volgt. Ten aanzien van het verzoek van de man omtrent het ontvangen van de bankafschriften van de vrouw over de periode van zes maanden voorafgaand aan de peildatum is bij beschikking van 6 juni 2025 beslist dat de vrouw haar bankafschriften over de periode vanaf 1 april 2024 tot en met 23 mei 2024 aan de man moest verstrekken. Aan deze beslissing heeft zij voldaan. Op basis van het door de man gestelde hierover ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat de vrouw alsnog extra bankafschriften moet verstrekken aan de man, temeer nu de rechtbank reeds bij beschikking van 6 juni 2025 bij eindbeslissing hetgeen meer of anders door de man in incident is verzocht, heeft afgewezen. Omdat de man zelf aangeeft dat uit de door de vrouw overgelegde bankafschriften niet volgt dat de vrouw de gemeenschap heeft benadeeld, is naar het oordeel van de rechtbank niet vast komen te staan dat de vrouw de gemeenschap heeft benadeeld. De rechtbank zal het verzoek van de man hieromtrent daarom afwijzen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
wijst af het verzoek van de man ten aanzien van zijn verzoek omtrent de benadeling van de gemeenschap;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.L. Benink, rechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 januari 2026.