Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een aan hem opgelegde maatregel van bewaring door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel was op 9 januari 2026 opgelegd en duurde nog voort ten tijde van het beroep.
De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten op 18 februari 2026 en beoordeelde de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 21 januari 2026, het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek. Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig was omdat geen opgave werd gedaan van een bestaand terugkeerbesluit, en beriep zich op artikel 47 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de EU en het grondbeginsel van daadwerkelijke rechtsbescherming.
De rechtbank stelde vast dat op 23 december 2025 een nieuw terugkeerbesluit was genomen en op 5 januari 2026 aan eiser was uitgereikt. Op basis hiervan concludeerde de rechtbank dat de maatregel van bewaring rechtmatig was genomen en dat er geen aanleiding was om anders te oordelen. Ook ambtshalve toetsing van overige aspecten van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel leidde tot de conclusie dat de bewaring niet onrechtmatig was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft rechtmatig van kracht.