ECLI:NL:RBDHA:2026:3553

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
NL26.7647
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 96 lid 3 VwArt. 47 Handvest van de Grondrechten van de Europese UnieArt. 59 lid 1 aanhef en onder a Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht

Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een aan hem opgelegde maatregel van bewaring door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel was op 9 januari 2026 opgelegd en duurde nog voort ten tijde van het beroep.

De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten op 18 februari 2026 en beoordeelde de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 21 januari 2026, het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek. Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig was omdat geen opgave werd gedaan van een bestaand terugkeerbesluit, en beriep zich op artikel 47 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de EU en het grondbeginsel van daadwerkelijke rechtsbescherming.

De rechtbank stelde vast dat op 23 december 2025 een nieuw terugkeerbesluit was genomen en op 5 januari 2026 aan eiser was uitgereikt. Op basis hiervan concludeerde de rechtbank dat de maatregel van bewaring rechtmatig was genomen en dat er geen aanleiding was om anders te oordelen. Ook ambtshalve toetsing van overige aspecten van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel leidde tot de conclusie dat de bewaring niet onrechtmatig was.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft rechtmatig van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.7647

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J. van Bennekom),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 9 januari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. [1] Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 18 februari 2026 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1999 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit deze uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. [2] Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 21 januari 2026.
4. Eiser voert aan dat de maatregel van bewaring ten onrechte geen opgave doet van een bestaand terugkeerbesluit. Eiser beroept zich op de waarborg van artikel 47 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie [3] en het grondbeginsel van de daadwerkelijke rechtsbescherming.
5. In de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats inzake het eerste beroep tegen de aan eiser opgelegde maatregel van bewaring, heeft de rechtbank vastgesteld dat op 23 december 2025 een nieuw terugkeerbesluit is genomen ten aanzien van eiser en dat dit terugkeerbesluit op 5 januari 2026 aan eiser is uitgereikt. Op basis van deze informatie is de rechtbank tot de conclusie gekomen dat de maatregel van bewaring derhalve rechtmatig is genomen. De rechtbank ziet in hetgeen door eiser wordt aangevoerd geen aanleiding om hierover anders te oordelen.
6. De rechtbank heeft ook ambtshalve de overige aspecten die de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel betreffen beoordeeld en concludeert dat de bewaring in de te toetsen periode niet onrechtmatig is geweest
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 20 februari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekend gemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Rb Den Haag (zittingsplaats Middelburg) 27 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1323.
3.2000/C 364/01.