Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 18 augustus 2023. De rechtbank verklaarde het beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk, waarna verzoeker verzet deed. Nadat verweerder alsnog een besluit nam op 23 april 2025, werd het verzet gegrond verklaard en trok verzoeker het beroep in met een verzoek tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling van 30 oktober 2024 geldig was, omdat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden onvoldoende gemotiveerd was. Verweerder heeft niet binnen de geldende termijn beslist en is daarmee gedeeltelijk tegemoetgekomen aan verzoeker.
Op grond van artikel 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €467. De rechtbank past een lichte wegingsfactor toe omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.