12.4.Voor zover eisers hebben aangevoerd dat in de buurt nog vijf andere parkeerplaatsen zullen verdwijnen, overweegt de rechtbank dat het mogelijk verdwijnen van deze parkeerplaatsen niet het gevolg is van het bestreden besluit. Het college heeft hieraan bij het nemen van het bestreden besluit daarom geen gewicht kunnen toekennen.
13. Het betoog van eisers slaagt niet.
Mocht worden afgeweken van de bouwregels uit het bestemmingsplan?
14. De rechtbank stelt vast dat op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan op het perceel waarop het bouwplan is voorzien, omvangrijke bebouwing is toegestaan. Het bouwvlak op het perceel heeft een oppervlakte van 933 m2, waarvan op grond van het bestemmingsplan 80% (746 m2) bebouwd mag worden. De maximale goot- en bouwhoogte zijn op grond van het bestemmingsplan 5 meter en 10 meter.
15. Vaststaat dat het bouwplan op een aantal punten in strijd is met de bouwregels van het bestemmingsplan. Het vergunde bouwplan heeft binnen het bouwvlak een oppervlakte van 816 m2. Dat betekent dat binnen het bouwvlak 70 m2 meer wordt gebouwd dan op grond van het bestemmingsplan is toegestaan. Verder wordt 13 m2 van het bouwplan buiten het bouwvlak gerealiseerd en is de maximale bouwhoogte 10,5 meter. Ook de toegestane goothoogte wordt op een aantal plaatsen overschreden, tot maximaal 8,3 meter.
16. Het college heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt om van de bouwregels af te wijken.
Voor de overschrijding van het bouwvlak is het college op grond van artikel 30.1, aanhef en onder b, van de planregels afgeweken van het bepaalde in artikel 12.2, onder b, van de planregels. Om toe te staan dat meer dan 80% van het bouwvlak wordt bebouwd, is het college op grond van artikel 30.1, aanhef en onder a, van de planregels afgeweken van het bepaalde in artikel 12.2, onder e, van de planregels.
Voor de overschrijding van de maximaal toegestane bouw- en goothoogte is het college op grond van artikel 12.3, onder d en onder e, van de planregels afgeweken van het bepaalde in artikel 12.2, onder c, van de planregels.
17. Eisers betogen dat het college geen gebruik had mogen maken van de ingezette binnenplanse afwijkingsmogelijkheden, omdat het bouwplan niet voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. Volgens eisers is sprake van een gebouw dat qua omvang en uitstraling niet passend is in de omgeving. Eisers vrezen dat het bouwplan nadelige effecten zal hebben voor de wijk, terwijl de wijk momenteel al overbelast is. Zo is er volgens eisers reeds in de huidige situatie sprake van een verkeersonveilige situatie en zal de komst van de zorgappartementen met de daarbij behorende verkeersbewegingen de situatie nog onveiliger maken. De verkeersdoorstroming zal volgens eisers worden belemmerd en hulpdiensten zullen de weg niet kunnen gebruiken in geval van een calamiteit. Zij wijzen in dit verband op een advies van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid uit 2011 dat is uitgebracht ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan, waarin wordt aangedrongen op maatregelen ten aanzien van de situatie in de [adres] . Bovendien is volgens eisers onvoldoende rekening gehouden met de reeds bestaande parkeerdruk in de wijk. Eiseres II voegt hieraan toe dat zij door de realisatie van nieuwe parkeerplaatsen geen bruikbare toegang meer heeft tot haar garagebox, die zich op een pleintje naast het bouwplan bevindt.
Eisers voeren verder aan dat het bouwplan inbreuk maakt op hun privacy en hun uitzicht aantast, dat de bezonningsstudie onzorgvuldig is uitgevoerd en dat er groen verdwijnt in de omgeving. Volgens eisers heeft het college hier onvoldoende rekening mee gehouden.
Eisers betogen tot slot dat zij onvoldoende zijn betrokken bij de totstandkoming van het bouwplan.