Eiser, een Ethiopische nationaliteit dragende man, verzocht asiel in Nederland op grond van zijn vermeende Tigray-ethniciteit en de daaruit voortvloeiende vervolgingsgevaar. Hij stelde dat hij in 2021 door de militie Fano was gearresteerd en gedetineerd vanwege zijn Tigray-afkomst en vreest bij terugkeer opnieuw vervolging of dood.
De minister van Asiel en Migratie wees het verzoek af omdat de etniciteit van eiser en de daaraan verbonden problemen niet geloofwaardig werden geacht. De rechtbank bevestigt dit oordeel, stellende dat eiser tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn identiteitskaart en summier was in zijn toelichting op zijn etnische achtergrond en detentie.
Hoewel eiser kopieën van identiteitskaarten van zijn ouders en recente landeninformatie over de verslechterde veiligheidssituatie in Tigray overlegde, achtte de rechtbank deze onvoldoende om zijn eigen etniciteit aannemelijk te maken of een reëel risico op ernstige schade in de regio Amhara, waar hij vandaan komt, aan te tonen.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht het beroep ongegrond heeft verklaard en dat eiser onvoldoende individuele omstandigheden heeft gesteld die een verhoogd risico op ernstige schade bij terugkeer aannemelijk maken.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.