ECLI:NL:RBDHA:2026:3631
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige biseksualiteit
Verzoeker, afkomstig uit Nigeria, diende een opvolgende asielaanvraag in waarin hij biseksualiteit als asielmotief aanvoerde. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 16 december 2025 af als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 19 februari 2026 en deed onmiddellijk uitspraak. De rechter oordeelde dat nader onderzoek niet noodzakelijk was en dat de gestelde biseksualiteit onvoldoende geloofwaardig was. Verzoeker had summier en oppervlakkig verklaard en gaf geen inzicht in de ontwikkeling van zijn gevoelens en relatie in Nigeria.
Daarnaast werd meegewogen dat verzoeker dit motief pas tijdens een vertrekgesprek naar voren bracht, nadat hij al geruime tijd in Nederland verbleef en een eerdere asielprocedure had doorlopen. De verklaring van verzoeker dat hij uit schaamte en angst had gezwegen, werd niet aannemelijk geacht. De rechtbank concludeerde dat de aanvraag kennelijk ongegrond was en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.