ECLI:NL:RBDHA:2026:3631

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
NL 25 63062
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b Vreemdelingenwet 2000Art. 8:86 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige biseksualiteit

Verzoeker, afkomstig uit Nigeria, diende een opvolgende asielaanvraag in waarin hij biseksualiteit als asielmotief aanvoerde. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 16 december 2025 af als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 19 februari 2026 en deed onmiddellijk uitspraak. De rechter oordeelde dat nader onderzoek niet noodzakelijk was en dat de gestelde biseksualiteit onvoldoende geloofwaardig was. Verzoeker had summier en oppervlakkig verklaard en gaf geen inzicht in de ontwikkeling van zijn gevoelens en relatie in Nigeria.

Daarnaast werd meegewogen dat verzoeker dit motief pas tijdens een vertrekgesprek naar voren bracht, nadat hij al geruime tijd in Nederland verbleef en een eerdere asielprocedure had doorlopen. De verklaring van verzoeker dat hij uit schaamte en angst had gezwegen, werd niet aannemelijk geacht. De rechtbank concludeerde dat de aanvraag kennelijk ongegrond was en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.63062 en NL25.63061
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigden: [gemachtigde] en mr. C.W.M. van Breda).

Inleiding

In het besluit van 16 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft beroep (NL25.63061) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening (NL25.63062) te treffen die inhoudt dat hij niet wordt uitgezet voordat op het beroep is beslist.
Verweerder heeft de voorzieningenrechter verzocht om met urgentie op het verzoek te beslissen, met verwijzing naar de bewaring van verzoeker op grond van artikel 59b, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 19 februari 2026 op een zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.W.M. van Breda. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan in de hoofdzaak.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het beroep ongegrond en wijst om die reden ook het verzoek om een voorlopige voorziening af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat een nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Daarom wordt onmiddellijk uitspraak gedaan in de hoofdzaak. [1]
2. Verweerder heeft namelijk niet ten onrechte geconcludeerd dat de door verzoeker gestelde biseksualiteit niet geloofwaardig is op basis van de verklaringen die verzoeker heeft afgelegd en dat daarmee niet aannemelijk is dat verzoeker asielrechtelijke bescherming nodig heeft.
3. Verweerder heeft in dit verband voldoende gemotiveerd overwogen dat verzoeker summier, algemeen en oppervlakkig heeft verklaard en dat verzoeker aldus geen inzicht heeft gegeven in de gestelde ontwikkeling van zijn gevoelens voor en zijn relatie met [naam 2] in Nigeria.
4. Verder heeft verweerder belang mogen hechten aan het feit dat verzoeker dit asielmotief niet eerder naar voren heeft gebracht. Verzoeker verblijft al geruime tijd in Nederland, heeft eerder een asielprocedure doorlopen en de gestelde biseksualiteit pas naar voren gebracht tijdens een vertrekgesprek, toen hij eenmaal in bewaring was gesteld om naar Nigeria te worden uitgezet. Verweerder heeft niet ten onrechte geoordeeld dat verzoeker hiervoor geen goede verklaring heeft kunnen geven: ook verzoekers niet verder onderbouwde verklaringen dat hij uit schaamte en angst heeft gezwegen zijn immers summier en oppervlakkig en daarmee niet aannemelijk. Verweerder heeft gelet hierop kunnen overwegen dat verzoeker zijn asielaanvraag alleen heeft ingediend om zijn gedwongen vertrek naar Nigeria te voorkomen.
5. De opvolgende asielaanvraag van verzoeker is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier. Dit proces-verbaal wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan, voor zover het de beroepszaak betreft, binnen één week na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.