Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- de verzoeker;
- de rechter;
- de wederpartij in de hoofdzaak [wederpartij in de hoofdzaak] c.s. p/a mr. J.S. Kuiper.
Rechtbank Den Haag
Op 12 januari 2026 heeft de meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Den Haag het wrakingsverzoek van verzoeker afgewezen. Verzoeker had de wrakingsgrond met betrekking tot de niet betekende dagvaarding te laat aangevoerd, zonder een redelijke verklaring te geven voor deze vertraging. Hierdoor kon de wrakingskamer niet inhoudelijk op deze grond ingaan. Daarnaast oordeelde de wrakingskamer dat de beslissing van de rechter om bepaalde stukken van verzoeker buiten beschouwing te laten, een processuele beslissing betreft. De wrakingskamer kan geen oordeel vellen over dergelijke (tussen)beslissingen, aangezien wraking geen verkapt rechtsmiddel is. De wrakingskamer concludeert dat verzoeker niet kan worden ontvangen in zijn verzoek en wijst het af. De procedure in de hoofdzaak zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.