Eiseres, een alleenstaande vrouw uit Zuid-Afrika, diende een asielaanvraag in vanwege ernstige bedreigingen en geweld door haar familie en schoonfamilie, waaronder mishandeling, een poging tot ontvoering en de dood van haar dochter door vrouwenbesnijdenis. De minister wees de aanvraag af, stellende dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging had en dat zij bescherming kon verwachten van Zuid-Afrikaanse autoriteiten.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres niet behoort tot een bepaalde sociale groep, namelijk vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld en zonder netwerk zijn, zoals recentelijk bevestigd door het Hof van Justitie van de EU. Tevens is onvoldoende onderbouwd dat de Zuid-Afrikaanse autoriteiten effectieve bescherming bieden tegen dergelijk geweld, ondanks progressieve wetgeving.
De rechtbank wijst het beroep toe, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. De vrees voor vrouwenbesnijdenis wordt door de rechtbank niet als aannemelijk beoordeeld vanwege het ontbreken van bewijs dat volwassen vrouwen binnen de Venda-cultuur besneden worden.
De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en gemotiveerde beoordeling van asielaanvragen van kwetsbare groepen, in het bijzonder vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld.