3.6.1.Ten aanzien van dagvaarding I
Gelet op de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen leidt de rechtbank het navolgende af.
Het schietincident
Op 23 juni 2023 omstreeks 20:40 uur werd [het slachtoffer] , die in zijn personenauto zat, in de [straatnaam 1] te Den Haag door twee schoten uit een vuurwapen om het leven gebracht.
De schoten werden afgevuurd door een persoon die als bijrijder op een motorscooter met een wit buitenlands kenteken zat. De motorscooter werd bestuurd door een tweede persoon en zij zijn na het schietincident weggereden.
Getuigen hebben verklaard dat de schutter en de bestuurder van de motorscooter donkerkleurige helmen en kleding droegen.
Het vuurwapen waarmee [het slachtoffer] om het leven is gebracht, is ongeveer twee maanden na het schietincident aangetroffen bij een persoon genaamd [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ). Het dossier bevat verder geen aanknopingspunten voor betrokkenheid van [medeverdachte] bij het schietincident; het vuurwapen is via anderen aan [medeverdachte] verkocht.
Het vluchtvoertuig
Na het schietincident werden diverse camerabeelden uit de directe omgeving van de [straatnaam 1] te Den Haag bekeken.
Op de camerabeelden van de [adres 2] te Voorburg werden op 23 juni 2023 om 20:42 uur twee personen met donkerkleurige helmen en kleding op een motorscooter waargenomen. Op grond van de uiterlijke kenmerken van de motorscooter kan geconcludeerd worden dat de motorscooter een motorscooter van het merk BMW, type C650 Sport betreft (hierna: de BMW C650 Sport).
De verdachte was in het bezit van een dergelijke motorscooter. De BMW C650 Sport die de verdachte in zijn bezit had, vertoonde qua uiterlijke kenmerken en (specifieke) opties grote gelijkenissen met de motorscooter die op de beelden van de [adres 2] te Voorburg te zien is. De rechtbank verwijst daarbij met name naar het verhoogde stuk op het windscherm en de rugsteun. Dit betreffen geen onderdelen die standaard bij de motorscooter geleverd worden.
Door een ANPR-camera aan de Laan van Kans in de wijk Ypenburg te Den Haag werd op
23 juni 2023 te 20:44:43 uur een motorscooter met daarop twee personen en een wit Spaans kenteken [kenteken 2] waargenomen. De motorscooter en de personen op de motorscooter vertonen grote gelijkenissen met de motorscooter en de twee personen die op de beelden van de [adres 2] te Voorburg te zien zijn.
Het witte Spaanse kenteken [kenteken 2] bleek te horen bij een scooter van het merk Vespa, die is gestolen in de nacht van 31 mei 2023 op 1 juni 2023 uit een parkeergarage van een wooncomplex aan de Simon Carmiggelthof te Den Haag.
De motorscooter op de hiervoor genoemde beelden was dus voorzien van een gestolen kentekenplaat.
Op 10 juni 2023 heeft een verbalisant in het pand [adres 3] te Zoetermeer een motorscooter van het merk Vespa, voorzien van het Spaanse kenteken [kenteken 2] , waargenomen. De verdachte is de (gedeeltelijke) huurder van dit pand. De verbalisant nam ook een Citroën C3 met het kenteken [kenteken 3] waar. Deze Citroën C3 werd door de verdachte vanaf 9 juni 2023 gehuurd.
Op 23 november 2023 werd een BMW C650 Sport aangetroffen in een kelderbox aan de Boekhorststraat 62C in Den Haag. Na onderzoek is gebleken dat dit de motorscooter van de verdachte betrof. Op deze motorscooter werd ook een DNA-spoor van de verdachte aangetroffen.
Van deze motor waren diverse stickers verwijderd, waarvan de resten nog zichtbaar waren, te weten:
- op de kappen naast de bijrijder, waarbij het woord "Performance" leesbaar was;
- op de rechterkap, aan de voorzijde onder het stuur, met restanten van ronde stickers met stippen;
- op de rechterzijkap aan de voorzijde, nabij de koplampen, welke het woord "BMW Motorsport" vormde;
- op de linkerkap, aan de voorzijde onder het stuur, restanten van ronde stickers met stippen.
Vorenstaande (verwijderde) kenmerken komen overeen met de motorscooter op de camerabeelden van de [adres 2] te Voorburg .
Tussenconclusie
Op grond van het vorenstaande – in onderling verband en samenhang bezien – stelt de rechtbank vast dat de BMW C650 Sport van de verdachte de motorscooter is die bij het schietincident is gebruikt, waarbij [het slachtoffer] om het leven is gekomen.
Was de verdachte de bestuurder van de motorscooter?
Op de beelden van de [adres 2] te Voorburg en op de beelden van de Laan van Kans in Den Haag is te zien dat de bestuurder van de motorscooter vermoedelijk een zwarte The North Face jas en Nike Air Max '95 schoenen aan had.
De verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij een zwarte The North Face jas en Nike Air Max '95 schoenen in zijn bezit heeft gehad.
De verdachte was verder in het bezit van soortgelijke helmen als de helmen die de bestuurder en de schutter bij het schietincident op hadden. Op camerabeelden in het dossier uit een ander strafrechtelijk onderzoek is te zien dat de verdachte en zijn (toenmalige) partner soortgelijke helmen op hadden. Daarbij merkt de rechtbank op dat het gaat om twee verschillende helmen, waarbij deze combinatie van twee verschillende helmen overeenkomt met de twee helmen die zijn gedragen door de bestuurder en bijrijder van de motorscooter. Tevens werd in het pand aan de [adres 3] te Zoetermeer een soortgelijke helm aangetroffen als de helm die werd gedragen door de bestuurder van de motorscooter.
Op de camerabeelden van de [adres 2] te Voorburg is tevens te zien dat de bestuurder van de motorscooter iets wits aan zijn linker onderarm en -hand had.
De verdachte had rondom de periode van het schietincident gips om zijn linkerhand. Op 20 juni 2023 heeft er een gipswissel plaatsgevonden, waarbij het gips is vervangen en rood gaas er overheen is aangebracht. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte na 20 juni 2023 zijn pink en ringvinger vrij kon bewegen en dat de overige vingers gefixeerd waren door het gips. Dit past bij het beeld van de bestuurder van de motorscooter op de camerabeelden van de [adres 2] te Voorburg die zijn linkerhand aan het stuur heeft.
De verdachte heeft tevens verklaard dat hij op 22 juni 2023 een deel van het rode gaas eigenhandig (de rechtbank begrijpt: slechts) tot zijn knokkels heeft verwijderd.
Op een video die in de mobiele telefoon van G.J.A. Domenie (hierna: Domenie, een nauw contact van de verdachte) werd aangetroffen, is te zien dat het gips van de verdachte om zijn linkerhand vanaf polshoogte niet roodkleurig was. Deze video is in de nacht direct na het schietincident gemaakt. Dit past bij het beeld van het witte gedeelte om de pols van de bestuurder van de motorscooter op de camerabeelden van de [adres 2] te Voorburg .
Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat de verdachte het gips op 24 juni 2023 zelf heeft verwijderd of heeft laten verwijderen. De verdachte heeft dus, kort na het schietincident, het gips verwijderd dat pas enkele dagen daarvoor was aangebracht.
Tussenconclusie II
Op grond van het vorenstaande – in onderling verband en samenhang bezien – concludeert de rechtbank dat de verdachte de bestuurder van de motorscooter is geweest die betrokken is geweest bij het schietincident op 23 juni 2023, waarbij [het slachtoffer] om het leven is gekomen.
Kon de verdachte de route afleggen?
De verdediging heeft aangevoerd dat het voor de verdachte niet mogelijk is geweest om vanaf de [adres 3] om 20:17 uur – het laatste moment dat de verdachte een bericht verstuurde – naar de Laan van Hoornwijck te rijden en daar om 20:33 uur te zijn. Daarbij betrekt de verdediging de af te leggen route en de omstandigheid dat de verdachte op dat moment zijn arm in het gips had.
De politie heeft geverbaliseerd dat de route van de [adres 3] in Zoetermeer naar de Laan van Hoornwijck is af te leggen in 14 minuten, zonder verkeer. De rechtbank ziet geen aanleiding om hieraan te twijfelen en gelet op de routebeschrijving zoals gerelateerd door de politie is de rechtbank dan ook van oordeel dat de verdachte deze route binnen het gegeven tijdsbestek heeft kunnen afleggen. Dat de verdachte zijn arm in het gips had, maakt dat niet anders. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit onderzoek naar het type motorscooter is gebleken dat deze eenvoudig te besturen is. Het remmen kost nagenoeg geen kracht en met de rechter hand kan gas worden gegeven én de voorrem worden bediend, die 80% van de remkracht levert. Dit wordt bevestigd in het deskundigenrapport dat ten behoeve van deze zaak is opgesteld. Daaruit maakt de rechtbank op dat de BMW C650 Sport een wendbaar voertuig is waarbij van richting veranderd kan worden zonder de linkerhand te gebruiken en waarbij de achterrem aan de linkerzijde van de motorscooter in beperkte mate de totale remkracht bepaalt. Ook uit de rapportage van een forensisch arts die de geneeskundige informatie ten aanzien van de hand van de verdachte in ogenschouw heeft genomen, volgt dat het ‘zeer wel mogelijk is om de handelingen te verrichten die volgens het rapport van de deskundige tweewielige motorvoertuigen nodig zijn om een BMW C 650 Sport te besturen en een traject af te leggen’. Tot slot neemt de rechtbank in overweging dat de verdachte een geoefende motorrijder is.
De verweren van de verdediging dat de verdachte de vastgestelde route niet binnen het gestelde tijdsbestek kon afleggen of dat hij door de blessure aan zijn linkerhand de motorscooter niet naar behoren kon besturen, worden op grond van het vorenstaande dan ook verworpen.
Alibi en alternatieve scenario’s
De verdediging heeft verder aangevoerd dat de verdachte om 20:32 uur met zijn telefoon een telefoongesprek heeft gevoerd vanaf de [adres 3] in Zoetermeer en dus een alibi heeft voor het moment van het schietincident.
De rechtbank deelt deze conclusie niet. Uit de bewijsmiddelen kan naar het oordeel van de rechtbank slechts worden afgeleid dat met de telefoon van de verdachte om 20:32 uur een open verbinding tot stand is gebracht, maar niet dat de verdachte op dat moment zelf een telefoongesprek heeft gevoerd. Het enkele gegeven dat met de telefoon van de verdachte een open verbinding tot stand is gebracht, legt in het licht van al hetgeen hiervoor is overwogen te weinig gewicht in de schaal om tot een andere waardering van het bewijs te komen. Verder draagt aan dat oordeel bij dat de telefoon van de verdachte op 23 juni 2023, tussen 20:17 uur en 21:56 uur, geen (uitgaande) activiteit heeft geregistreerd.
De verklaring van de verdachte dat hij niet wist waar zijn motorscooter was en niets afwist van een gestolen Spaanse kentekenplaat, is niet aannemelijk geworden.
In de bestanden in de iCloud van de verdachte, werd een WhatsApp-gesprek aangetroffen. In het WhatsApp-gesprek werd door de verdachte op 8 juni 2023 om 18:26:22 uur een video verstuurd. Daarop is in het pand [adres 3] te Zoetermeer een scooter te zien, voorzien van een witte kentekenplaat [kenteken 2] .
Tevens werd een WhatsApp-gesprek van 3 juni 2023 aangetroffen tussen de verdachte en [naam 1] . Tijdens het chatgesprek werd door de verdachte een video gestuurd, waarop het pand [adres 3] te Zoetermeer en de BMW C650 Sport, voorzien van het kenteken [kenteken 4] te zien is. Dit kenteken hoort volgens gegevens van de RDW bij een ander voertuig.
De rechtbank constateert op basis van het voorgaande dat de kentekenplaat [kenteken 2] zich reeds op 8 juni 2023 bevond in het pand aan de [adres 3] te Zoetermeer , die (deels) door de verdachte werd gehuurd, en dat de motorscooter van de verdachte reeds op 3 juni 2023 was voorzien van een valse kentekenplaat.
Ook de andere door de verdediging aangevoerde alternatieve scenario’s worden door de rechtbank verworpen, nu deze worden weerlegd door de bewijsmiddelen.
Voorbedachte raad
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachte raad' moet komen vast te staan, dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.
Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval, waarbij de rechter het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen.
De rechtbank neemt de navolgende feiten en omstandigheden in overweging.
Het baken
Na het lossen van de twee schoten op [het slachtoffer] en voordat de motorscooter is weggereden, heeft de schutter onder de voorkant van de auto van [het slachtoffer] een zwart voorwerp gepakt en meegenomen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat dit een baken betrof.
Het baken, een Veeta GT02, was voorzien van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en was in gebruik tussen 11 juni 2023 te 21:01 uur en 25 juni 2023 te 00:17 uur. Dat baken heeft in die periode meebewogen met de auto van [het slachtoffer] .
Het telefoonnummer van het baken maakte op 11 juni 2023 te 20:20 uur voor het eerst gebruik van het telecomnetwerk, te weten het basisstation aan de [adres 4] te Zoetermeer. In het bereik van het basisstation [adres 4] te Zoetermeer valt de [adres 3] te Zoetermeer . Na het schietincident maakt het nummer van 23 juni 2023 te 20:57 uur tot en met 25 juni 2023 te 00:17 uur gebruik van het basisstation Ypenburgse Boslaan te Den Haag. Dit is in de directe omgeving van de Laan van Kans in Ypenburg, waarop de verdachte en de schutter op verdachtes motorscooter vlak na het schietincident door een ANPR-camera zijn geregistreerd.
Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] heeft op 11 juni 2023 acht sms-berichten ontvangen van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Dit laatste telefoonnummer werd op 5 juni 2023 te 14:25 uur opgewaardeerd met een voucher die door [naam 2] (hierna: [naam 2] ) op 5 juni 2023 bij een tankstation in Zoetermeer is aangeschaft.
[naam 2] is een nauw contact van de verdachte en via [naam 2] huurde de verdachte het pand aan de [adres 3] te Zoetermeer .
De telefoonnummers [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] , die bij de verdachte in gebruik waren, hebben tussen 9 juni 2023 en 23 juni 2023 veelvuldig gebruik gemaakt van dezelfde basisstations of basisstations in de directe omgeving waar ook het telefoonnummer behorend bij het baken gebruik van maakte.
Ook op 11 juni 2023 om 20:20 uur, toen het telefoonnummer [telefoonnummer 1] werd geactiveerd, en later die avond rond 22:12 uur maakte het telefoonnummer [telefoonnummer 3] van de verdachte gebruik van hetzelfde basisstation als het telefoonnummer van het baken, te weten het basisstation aan de [adres 4] te Zoetermeer.
Het telefoonnummer van het baken maakte op 11 juni 2023 te 22:25 uur gebruik van een basisstation in Zoetermeer. Op 12 juni 2023 te 03:33 uur maakte het GPS-baken gebruik van het basisstation [adres 5] te Rijswijk. Dit basisstation heeft de [straatnaam 2] te Den Haag, het verblijfadres van [het slachtoffer] , binnen zijn theoretisch bereik.
Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] dat tussen 9 juni 2023 en 23 juni 2023 in gebruik was bij de verdachte, maakte op 11 juni 2023 tussen 11:18 uur en 11 juni 2023 te 22:14 uur gebruik van het basisstation [adres 4] te Zoetermeer. Om 23:35 uur maakte het telefoonnummer gebruik van het basisstation [adres 5] te Rijswijk.
Verder maakte de Citroën C3, die vanaf 9 juni 2023 door de verdachte werd gehuurd, op 11 juni 2023 te 23:36 uur gebruik van het basisstation [adres 5] te Rijswijk.
Uit deze feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat de verdachte het vooropgezette plan had [het slachtoffer] van het leven te beroven. De rechtbank neemt op grond hiervan als vaststaand aan dat de verdachte vóór de uitvoering van zijn daad, heeft nagedacht over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan daadwerkelijk rekenschap heeft gegeven. Van enige ogenblikkelijke gemoedsopwelling waarin verdachte zou hebben gehandeld is niet gebleken. Evenmin is gebleken van andere contra-indicaties die het aannemen van voorbedachte raad in de weg staan.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld en acht moord bewezen.
Medeplegen
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
Ook hier wijzen de wijze waarop [het slachtoffer] van het leven is beroofd en de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van de schutter en de verdachte, zoals hierboven omschreven, op een nauwe en bewuste samenwerking tussen de schutter en de bestuurder van de motorscooter, te weten de verdachte. De verdediging heeft hieromtrent ook geen verweren gevoerd.
Eindconclusie
De rechtbank acht het bij dagvaarding I ten laste gelegde medeplegen van moord op [het slachtoffer] wettig en overtuigend bewezen.