Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Grondslag
Voortvarendheid
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Albanese nationaliteit dragende vreemdeling, is op 11 januari 2026 in bewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had reeds op 27 januari 2026 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was, zodat nu alleen het voortduren sinds 21 januari 2026 werd beoordeeld.
Eiser voerde aan dat onduidelijk was welke beslissing hij had ontvangen en dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom hij nog in bewaring werd gehouden, terwijl er voldoende informatie was om een beslissing op zijn asielaanvraag te nemen. Ook stelde hij dat verweerder niet voortvarend handelde en ten onrechte geen lichter middel toepaste.
De rechtbank stelde vast dat de beschikking van 27 januari 2026, waarin de asielaanvraag werd afgewezen en een terugkeerbesluit en inreisverbod werden opgelegd, aan het dossier was toegevoegd. Tevens bleek dat eiser tijdens de asielprocedure werd bijgestaan door een advocaat die de beschikking ontving. Verweerder had voldoende gemotiveerd dat nader onderzoek naar identiteit en nationaliteit nodig was voor het verkrijgen van een vervangend reisdocument en dat zolang de asielaanvraag in behandeling was, geen reisdocument kon worden aangevraagd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voortvarend had gehandeld door aanvragen bij de Marokkaanse en Albanese autoriteiten in te dienen. Het beroep op toepassing van een lichter middel was reeds beoordeeld en eiser had geen nieuwe feiten aangevoerd. De ambtshalve toetsing leidde niet tot onrechtmatigheid van het voortduren van de maatregel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.