ECLI:NL:RBDHA:2026:3949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit voor derdelander Oekraïne na bevriezingsmaatregel ongegrond verklaard
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne, ontving tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne. Verweerder stelde een terugkeerbesluit vast op 13 augustus 2025, waarbij eiser binnen vier weken na 4 september 2025 moest terugkeren naar Marokko.
Eiser voerde aan dat het besluit prematuur was omdat hij onder een bevriezingsmaatregel viel die het recht op tijdelijke bescherming opschortte. De rechtbank oordeelde dat deze bevriezingsmaatregel slechts een feitelijke opschorting was en geen rechtmatig verblijf opleverde. Het besluit voldoet aan de vereisten van de Richtlijn 2008/115/EG.
De rechtbank zag geen aanleiding om het besluit onrechtmatig te achten op grond van het non-refoulementbeginsel, verwijzend naar relevante arresten van het HvJ EU. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bleef in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.