Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een homoseksuele man uit Trinidad en Tobago, diende op 12 november 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Hij stelde te zijn gevlucht vanwege discriminatie en vervolging vanwege zijn seksuele gerichtheid, waarvoor hij in zijn land van herkomst geen bescherming zou krijgen. De minister van Asiel en Migratie wees het verzoek op 17 juli 2025 af, stellende dat de verklaringen van eiser slechts deels geloofwaardig waren en dat de discriminatie niet ernstig genoeg was om te spreken van vluchtelingenstatus.
Eiser voerde in beroep aan dat de minister ten onrechte de geloofwaardigheid van de aanval op zijn appartement en de ernst van de discriminatie had betwist, en dat onvoldoende rekening was gehouden met de veranderde wetgeving en maatschappelijke omstandigheden in Trinidad en Tobago. De rechtbank oordeelde dat de tegenstrijdigheden in de verklaringen en het ontbreken van een aannemelijk verband tussen de aanval en seksuele gerichtheid terecht tot afwijzing leidden.
Verder concludeerde de rechtbank dat de discriminatie niet zo ernstig is dat het maatschappelijk functioneren onmogelijk wordt gemaakt en dat de recente rechterlijke uitspraak uit 2025 over strafbaarheid van anale seks onvoldoende concreet bewijs levert voor een reëel risico op vervolging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op het afwijzingsbesluit van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vervolgingsdreiging.