Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Chinese nationaliteit, verblijft sinds 1993 in Nederland en diende in december 2023 een asielaanvraag in na zijn aanhouding als illegaal verblijvende vreemdeling. Hij vordert een verblijfsvergunning op basis van zijn vrees voor vervolging in China en zijn opgebouwde privéleven in Nederland.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser geen relevante feiten voor asielrechtelijke bescherming had aangevoerd en zich niet onverwijld had gemeld na binnenkomst. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor zijn stelling dat hij staatloos is of een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. De aangevoerde omstandigheden, waaronder de de-registratie in China en het ontbreken van documenten, zijn niet aannemelijk gemaakt. Ook is het recht op privéleven volgens artikel 8 EVRM Pro niet geschonden gezien het restrictieve toelatingsbeleid en de beperkte banden van eiser met Nederland.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond en het opgelegde inreisverbod.