ECLI:NL:RBDHA:2026:4128
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid en kennelijk ongegrond
Eiser, een Marokkaanse man, diende op 10 november 2025 een opvolgende asielaanvraag in, die door de minister van Asiel en Migratie op 5 december 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn homoseksuele gerichtheid vervolging in Marokko vreest, maar verweerder vond zijn verklaringen ongeloofwaardig en stelde dat hij geen reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 12 februari 2026. Eiser stelde onder meer dat de geloofwaardigheidsbeoordeling onzorgvuldig en in strijd met het Unierecht was, en dat verweerder ten onrechte geen medisch onderzoek had aangeboden. De rechtbank oordeelde dat verweerder geen nader medisch onderzoek hoefde te verrichten, dat de geloofwaardigheidsbeoordeling integraal en zorgvuldig was uitgevoerd, en dat de tegenstrijdigheden in de verklaringen terecht waren meegewogen.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder terecht had vastgesteld dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft en dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond was afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.