Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[eiser I], uit [woonplaats], eiser I (24/557)(gemachtigde: mr. E.G.J.M. Meijer)
2.[eiseres II] B.V., uit [vestigingsplaats], eiseres II (24/247)(gemachtigde:mr. L.G.H. Wichern),
Overgangsrecht
1. “[bedrijfsnaam] ([bedrijfsnaam] B.V.) zal aan [eiser I] een bedrag van
eiser I ‘los van dit voorstel’ aan de orde gesteld en wordt in verband met een eventuele planschadevergoeding een bedrag van € 50.000 in depot gestort. Dat wijst er naar het oordeel van de rechtbank niet op dat het onder 1. van de overeenkomst te betalen bedrag mede betrekking heeft op eventuele planschade. Gelet op deze bewoordingen in de overeenkomst, geeft de door eiseres aangehaalde Afdelingsuitspraak 5 februari 2025 [9] evenmin een aanknopingspunt om aan te nemen dat tegemoetkoming aan de planschade van eiser I anderszins voldoende is verzekerd. Het betoog van eiseres II slaagt niet.
Schadebeperkingsplicht
eiser I grotendeels blokkeert. Ook voor wat betreft licht- en geluidhinder bestrijdt eiseres II dat de toename ‘duidelijk’ zou zijn. Hoewel licht in woningen mogelijk langer brandt dan in een kantoorgebouw, is ook daar niet uitgesloten dat lampen ’s nachts blijven branden. De (duidelijk) toename van geluidhinder is niet objectief onderbouwd, terwijl er – gelet op de aanmerkelijke afstand tussen de appartementen en de woning van eiser I – gegronde reden is om daaraan te twijfelen.