ECLI:NL:RBDHA:2026:4180
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende nieuwe bewijs
Eiser, een Tanzaniaanse nationaliteit dragende persoon, diende in 2020 een eerste asielaanvraag in die werd afgewezen wegens een ongeloofwaardig asielrelaas. In 2025 volgde een opvolgende aanvraag met nieuwe documenten ter onderbouwing van zijn verhaal, waaronder foto's van opsporingsbiljetten en politieoproepen.
De minister van Asiel en Migratie wees deze opvolgende aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat het eerdere oordeel over de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas in rechte vaststaat en de nieuwe documenten onvoldoende overtuigend zijn. De rechtbank bevestigt dit standpunt en oordeelt dat de authenticiteit en inhoud van de nieuwe documenten niet overtuigend zijn, mede door het ontbreken van objectieve bronnen en onduidelijkheden over de herkomst.
De rechtbank concludeert dat de minister de aanvraag terecht heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen asielvergunning en geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Janssen op 18 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende nieuwe bewijs.