Eiseres, een Ahmadiyya moslim uit Pakistan, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Zij vreesde vervolging vanwege haar geloof en persoonlijke problemen, waaronder bedreigingen en aanvallen door collega’s in Pakistan.
De rechtbank oordeelt dat de persoonlijke problemen van eiseres een afzonderlijk asielmotief vormen dat ten onrechte niet apart is meegewogen, wat een motiveringsgebrek oplevert. Daarnaast heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat de manier waarop eiseres haar geloof wil belijden bij terugkeer geen gegronde vrees voor vervolging oplevert.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen, waarbij deze aspecten adequaat worden betrokken. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van € 1.868,-.