Eiser, een Venezolaanse nationaliteit dragende vreemdeling, is in 2015 ongewenst verklaard vanwege een opiumdelict. Hij verzocht meerdere malen om opheffing van deze ongewenstverklaring en de daarop gebaseerde SIS-signalering, maar deze verzoeken werden steeds afgewezen. In het bestreden besluit van november 2023 werd het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om opheffing van de SIS-signalering ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat eiser wel procesbelang heeft bij het beroep, omdat het verwijderen van zijn gegevens uit het SIS gevolgen kan hebben voor zijn toegang tot het Schengengebied. De rechtbank stelt vast dat de toetsing van de noodzaak tot verdere bewaring van de SIS-signalering binnen de wettelijke termijn heeft plaatsgevonden en dat het systeem een automatische toetsing garandeert.
Eiser voerde aan dat de handhaving van de signalering onevenredig is, onder meer omdat de veroordeling acht jaar geleden was en hij spijt betuigt. De rechtbank stelt echter vast dat eiser onvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die een zwaarder persoonlijk belang bij verwijdering van de signalering aantonen. De belangen van de openbare orde en grensbewaking wegen zwaarder.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om opheffing van de SIS-signalering af. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.