Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
1. In deze wet wordt verstaan onder overtreding: een gedraging die in strijd is met het
bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.
(…)
3 Overtredingen kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen.
Artikel 51, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht is van
overeenkomstige toepassing.
1. De last onder bestuursdwang omschrijft de te nemen herstelmaatregelen.
3 De last onder bestuursdwang wordt bekendgemaakt aan de overtreder, aan de
rechthebbenden op het gebruik van de zaak waarop de last betrekking heeft en aan de
aanvrager.
1. De toepassing van bestuursdwang geschiedt op kosten van de overtreder, tenzij deze
kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen.
(…)
6 Het bestuursorgaan stelt de hoogte van de verschuldigde kosten vast binnen vijf jaar
nadat de bestuursdwang is toegepast.
1. Een bestuursorgaan dat bevoegd is om een last onder bestuursdwang op te leggen, kan
in spoedeisende gevallen besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder
voorafgaande last. Artikel 5:24, eerste en derde lid, is op dit besluit van
overeenkomstige toepassing.
2 Indien de situatie zo spoedeisend is, dat een besluit niet kan worden afgewacht, kan
terstond bestuursdwang worden toegepast, maar wordt zo spoedig mogelijk nadien
alsnog een besluit als bedoeld in het eerste lid bekendgemaakt.
1. Het bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de last onder bestuursdwang heeft mede betrekking op een beschikking die strekt tot toepassing van bestuursdwang of op een beschikking tot vaststelling van de kosten van de bestuursdwang, voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist.
2 De bestuursrechter kan de beslissing op het beroep of hoger beroep inzake de beschikking tot toepassing van bestuursdwang of de beschikking tot vaststelling van de kosten echter verwijzen naar een ander orgaan, indien behandeling door dit orgaan gewenst is.
1. Het gemeentebestuur is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang.
2 De bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wordt uitgeoefend door het college, indien de last dient tot handhaving van regels welke het gemeentebestuur uitvoert.
1. De eigenaar van een bouwwerk, open erf of terrein of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen draagt er zorg voor dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, open erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
2 Een ieder die een bouwwerk bouwt, gebruikt, laat gebruiken of sloopt, dan wel een open erf of terrein gebruikt of laat gebruiken, draagt er, voor zover dat in diens vermogen ligt, zorg voor dat als gevolg van dat bouwen, gebruik of slopen geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
1. Tenzij een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk het uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een bouwwerk te bouwen, voor zover daarbij niet wordt voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, tweede lid, aanhef en onderdeel d, derde en vierde lid.
4 Tenzij een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk het uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een bouwwerk, dan wel deel daarvan, in stand te laten voor zover bij het bouwen daarvan niet is voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2.3
Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning dat betrekking heeft op:
(…)
b. activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a (…)
1. Het is verboden een bouwwerk of deel daarvan dat is gebouwd zonder omgevingsvergunning in stand te laten.
Artikel 5.17
Een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom gericht op naleving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wet kan inhouden dat het bouwen, gebruiken of slopen van een bouwwerk wordt gestaakt of dat voorzieningen, met inbegrip van het slopen van een bouwwerk, gericht op het tegengaan of beëindigen van gevaar voor de gezondheid of de veiligheid worden getroffen.
1. Het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning of ontheffing te verlenen, kan de vergunning of ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken, indien:
a. de vergunning of ontheffing ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
b. niet overeenkomstig de vergunning of ontheffing is of wordt gehandeld;
c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd;
d. de voor de houder van de vergunning of ontheffing als zodanig geldende algemene regels niet zijn of worden nageleefd.
3 Een bestuursorgaan gaat niet tot intrekking als bedoeld in het eerste of tweede lid over
dan nadat het de betrokkene de gelegenheid heeft geboden binnen een daartoe te
bepalen termijn zijn handelen alsnog in overeenstemming te brengen met de
vergunning of ontheffing, onderscheidenlijk de voorschriften of algemene regels,
bedoeld in het eerste of tweede lid, na te leven.