Uitspraak
[naam], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Inleiding
Beslissing
Overwegingen
binnen één weekna de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft op 22 september 2025 opnieuw asiel aangevraagd in Nederland, maar zijn aanvraag werd op 7 november 2025 afgewezen met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing en verzocht om een voorlopige voorziening.
Op 23 december 2025 is eiser met onbekende bestemming vertrokken, zoals gemeld door de vreemdelingenpolitie Noord-Nederland. Zijn gemachtigde gaf aan geen contact meer met hem te hebben en niet te weten waar hij verblijft. Tijdens de zitting op 4 maart 2026 was eiser niet aanwezig en had zijn gemachtigde zich afgemeld.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen concreet en reëel belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep, omdat hij geen contact meer onderhoudt en niet meer prijs stelt op bescherming in Nederland. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en gebrek aan contact met gemachtigde.