ECLI:NL:RBDHA:2026:4379
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen kennelijk ongegrondverklaring asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de kennelijk ongegrondverklaring van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet noodzakelijk is en na geen verzoek tot zitting te hebben ontvangen, het onderzoek gesloten zonder zitting. De minister heeft gemeld dat eiser op 24 april 2025 door het COA is geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken (MOB).
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een eerdere uitspraak benadrukt dat terughoudendheid geboden is bij niet-ontvankelijkverklaring op basis van een MOB-melding, mits recente contactgegevens van de gemachtigde dit ondersteunen. Echter, de gemachtigde van eiser heeft op 19 januari 2026 verklaard geen contact meer te hebben met eiser.
De rechtbank concludeert dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland en daarom geen procesbelang meer heeft bij de behandeling van zijn beroep. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.