ECLI:NL:RBDHA:2026:4383
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding voor verzoek om voorlopige voorziening in asielprocedure
De rechtbank Den Haag heeft op 4 maart 2026 uitspraak gedaan over een verzoek van een asielzoeker om de minister te veroordelen in de proceskosten. Dit verzoek werd ingediend na intrekking van het asielbesluit door de minister op 12 augustus 2021. De minister bood aan de proceskosten van de beroepsprocedure te vergoeden, maar weigerde vergoeding voor de voorlopige voorziening omdat zij deze als samenhangend met het beroep beschouwde.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het asielbesluit en het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting geen samenhangende zaken zijn in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Hierdoor heeft de verzoeker recht op vergoeding van proceskosten voor beide procedures afzonderlijk.
De rechtbank veroordeelde de minister daarom tot betaling van € 934 aan proceskosten, gebaseerd op één punt voor het indienen van het verzoekschrift. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en na een lange procedurele vertraging, waarvoor de rechtbank excuses aanbood.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 934 aan proceskosten voor het verzoek om voorlopige voorziening.