ECLI:NL:RBDHA:2020:2779
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking besluit verblijfsvergunning asiel
Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor beperkte tijd, welke door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Vervolgens trok de staatssecretaris het bestreden besluit in en besloot verzoeker op te nemen in de nationale asielprocedure.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker zowel het beroep als het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar er kwam geen reactie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan het beroep was tegemoetgekomen en dat verzoeker daarom recht had op vergoeding van de proceskosten voor zowel het beroep als het verzoek om voorlopige voorziening. De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 1.050,- en veroordeelde verweerder tot betaling hiervan.
De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en kan binnen zes weken worden aangevochten door middel van verzet.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 1.050,- aan proceskosten aan verzoeker.