ECLI:NL:RBDHA:2026:4385
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring en lp-aanvraag tijdens asielprocedure
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep tegen de voortzetting van een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder getoetst en rechtmatig bevonden tot 23 december 2025. De beoordeling richtte zich op de rechtmatigheid van de maatregel vanaf die datum.
Eiser, een Libische nationaliteit dragende persoon, voerde aan dat ten onrechte een laissez-passer (lp)-aanvraag was ingediend tijdens de asielprocedure, terwijl beroep was ingesteld. Hij stelde dat dit misbruik van recht en procedure was, omdat de maatregel van bewaring niet bedoeld is voor uitzettingshandelingen maar voor het veiligstellen van de asielprocedure.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling van 19 november 2025, waarin is bevestigd dat een lp-aanvraag tijdens de asielprocedure kan worden ingediend mits waarborgen worden nageleefd, waaronder het respecteren van het non-refoulementbeginsel. In deze zaak was voldaan aan deze waarborgen, mede doordat eiser zelf de lp-aanvraag had ingevuld.
De rechtbank concludeerde dat het indienen van de lp-aanvraag de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring niet aantast en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en lp-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.