ECLI:NL:RBDHA:2026:4614

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
8 maart 2026
Zaaknummer
C/09/695140 / FA RK 25-8901
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 821 lid 4 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 812 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening toevertrouwing kinderen en uitsluitend gebruik woning aan vrouw

De vrouw heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend voor voorlopige voorzieningen met betrekking tot de toevertrouwing van de minderjarige kinderen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De man heeft verweer gevoerd en een zelfstandig verzoek ingediend. De rechtbank heeft de zaak op 29 januari 2026 behandeld, waarbij beide partijen en de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig waren.

De relatie tussen partijen is langdurig verstoord en er is een huisverbod opgelegd aan de man na aangifte van geweld door de vrouw. De vrouw verblijft met de kinderen in de woning, terwijl de man in een daklozenopvang verblijft. Beide partijen hebben belang bij het uitsluitend gebruik van de woning, maar de rechtbank maakt een belangenafweging waarbij het belang van de kinderen centraal staat.

De rechtbank oordeelt dat het in het belang van de kinderen is dat zij aan de vrouw worden toevertrouwd, omdat zij de dagelijkse zorg draagt en de kinderen in de vertrouwde omgeving kunnen blijven. Daarom wordt het uitsluitend gebruik van de woning aan de vrouw toegekend en wordt de man bevolen de woning te verlaten. Verzoeken van de man worden afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de vrouw wordt opgedragen het contact tussen de kinderen en de man onder regie van de hulpverlening te faciliteren.

Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe waarbij de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd en zij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning krijgt, met het bevel aan de man de woning te verlaten.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8901
Zaaknummer: C/09/695140
Datum beschikking: 5 februari 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 25 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. van der Heide-Boertien in [geboorteplaats] .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.T.C.M. Geurts in [geboorteplaats] .

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vrouw;
  • het bericht van 20 januari 2026, met bijlage, namens de vrouw;
  • het bericht van 24 januari 2026, met bijlage, namens de vrouw;
  • het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken en met bijlagen, namens de man.
Op 29 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en tolk B. Badouri, de man met zijn advocaat en tolk J. Lakjaa, en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • De vrouw en de man zijn gehuwd op [datum] 2009 in [land] .
  • Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 in [geboorteplaats] .
  • De vrouw is ook de moeder van twee inmiddels meerderjarige kinderen uit een eerder huwelijk.
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de minderjarige kinderen.
  • Volgens de Basisregistratie Personen hebben de ouders en de kinderen in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
  • de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;
  • de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden, en met machtiging van de vrouw om de beschikking zo nodig zelf ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de man zelfstandig te bepalen dat:
  • de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , met inbegrip van de inboedel en met het bevel dat de vrouw een termijn van 24 uur wordt gegeven om die woning te verlaten en verder niet mag betreden, althans een termijn die de rechtbank in goede justitie acht;
  • (voorwaardelijk) in het geval de rechtbank het verzoek van de man voor het uitsluitend gebruik toewijst, de minderjarige kinderen van partijen aan de man worden toevertrouwd,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
In deze voorlopige voorzieningenprocedure heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht en wordt Nederlands recht toegepast.
Toevertrouwing kinderen en uitsluitend gebruik echtelijke woning
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. De relatie tussen partijen is al langere tijd verstoord. Een verzoeningspoging in de zomer van 2025 is op niets uitgelopen. Op 11 januari 2026 heeft de man een huisverbod opgelegd gekregen, na aangifte van de vrouw van geweld en dreiging met geweld. Op 21 januari 2026 is het huisverbod verlengd tot 8 februari 2026 (om 15.58 uur). De vrouw verblijft sindsdien met de kinderen in de woning en de man verblijft in een daklozenopvang. In het kader van het huisverbod is er hulpverlening betrokken bij het gezin, die ook de man ondersteunt met praktische zaken zoals aanmelding bij het Daklozenloket. Zowel de vrouw als de man verzoeken de rechtbank om de toevertrouwing van de kinderen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan zichzelf toe te wijzen.
De rechtbank stelt voorop dat zowel de vrouw als de man er belang bij heeft om met uitsluiting van de ander gebruik te kunnen maken van de echtelijke woning. Dat betekent dat de rechtbank in deze procedure een belangenafweging moet maken. Doorslaggevend bij die belangenafweging is in dit geval aan wie de kinderen voor de duur van de scheidingsprocedure worden toevertrouwd. Niet doorslaggevend is aan wie in meer of mindere mate de relatiebreuk kan worden toegerekend dan wel wie een netwerk heeft waar hij of zij tijdelijk kan verblijven.
De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van de kinderen is dat zij aan de vrouw worden toevertrouwd. Het is de rechtbank gebleken dat de vrouw de dagelijkse zorg voor de kinderen draagt. De man lijkt zich met name te concentreren op het voetballen van [de minderjarige 2] . Op dit moment verblijven de kinderen ook met de vrouw in de echtelijke woning en de rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij in de voor hen vertrouwde omgeving kunnen blijven.
De rechtbank zal daarom de kinderen in deze procedure toevertrouwen aan de vrouw en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning ook aan de vrouw toekennen. De betreffende verzoeken van de man zullen worden afgewezen.
Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij en/of de kinderen toegewezen. Ook het verzoek om de beschikking zo nodig ten uitvoer te leggen met de sterke arm wordt afgewezen, omdat dit reeds uit de wet (artikel 821 lid 4 juncto Pro artikel 812 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering) voortvloeit en verzoekster bij dit verzoek dus ook geen belang heeft.
Ten overvloede merkt de rechtbank op, zoals ook op de zitting is besproken, dat het in het belang van de kinderen is dat zij onder regie van de hulpverlening weer contact met de man hebben. De vrouw moet zich hiervoor inspannen en er zorg voor dragen dat de kinderen hieraan meewerken.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 in [geboorteplaats] ;
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, ook kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 5 februari 2026.