Uitspraak
Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 13 november 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vader;
- het verweerschrift, met bijlagen, namens de moeder;
- de bijlage namens de vader, ingekomen op 19 januari 2026;
- het verslag van 19 januari 2026 van de bijzondere curator;
- het bericht van 20 januari 2026, met bijlage, namens de moeder;
- het bericht van 20 januari 2026, met bijlagen, namens de vader;
- het bericht van 21 januari 2026 namens de vader.
Feiten
- De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2015 in [plaats] .
- Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteland] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- Op 27 januari 2025 zijn de ouders met [minderjarige] van [land 2] naar Nederland vertrokken.
- De vader, de moeder en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.
- Op 21 juli 2025 heeft de moeder bij de rechtbank Den Haag een verzoek tot echtscheiding ingediend met zaak- en rekestnummer C/09/688874 en FA RK 25-5534.
- De vader heeft zich op 4 november 2025 gewend tot de Nederlandse Centrale Autoriteit (CA). De zaak is bij de CA geregistreerd onder IKO nr. 25-0156.
Verzoek en verweer
- te bevelen dat [minderjarige] onmiddellijk dient terug te keren naar zijn gewone verblijfplaats in [land 2] , althans dat de terugkeer zal plaatsvinden op een datum en wijze die de rechtbank in goede justitie acht, waarbij de moeder [minderjarige] dient terug te brengen naar [land 2] , dan wel indien de moeder dit nalaat, te bevelen dat de moeder [minderjarige] op het eerste verzoek van de vader dient af te geven met een geldig reisdocument, zodat de vader [minderjarige] kan teruggeleiden naar [land 2] ;
- te bepalen, voor zover rechtens vereist nu dit reeds voortvloeit uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering, dat [minderjarige] zo nodig met behulp van de sterke arm der wet, althans met medewerking van het Openbaar Ministerie zal worden teruggeleid;
- de moeder te veroordelen in de kosten van de door de vader gemaakte en nog te maken (proces)kosten in het kader van de ontvoering en teruggeleiding van [minderjarige] , voorlopig begroot op € 4.500,-;