De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om zijn kinderen terug te leiden naar Chili op grond van het Haagse Verdrag inzake internationale kinderontvoering. De vader stelde dat de moeder de kinderen ongeoorloofd in Nederland vasthield en dat hij het gezag over hen uitoefende.
De rechtbank oordeelde dat, ongeacht het Chileense recht, de vader zijn gezagsrecht niet daadwerkelijk uitoefende. Hij had sinds september 2023 geen contact met de kinderen of de moeder gezocht, betaalde lange tijd geen alimentatie en toonde geen betrokkenheid bij de verzorging en opvoeding. De moeder had de kinderen onder moeilijke omstandigheden alleen verzorgd.
Gezien deze feiten was er geen sprake van ongeoorloofde vasthouding door de moeder. De rechtbank wees daarom het verzoek tot teruggeleiding af. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten en de bijzondere curator werd opgedragen de uitspraak met de kinderen te bespreken. De beschikking werd uitgesproken op 5 februari 2026.