ECLI:NL:RBDHA:2026:4640

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
8 maart 2026
Zaaknummer
C/09/698689 / FA RK 26-942
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens stabilisatie betrokkene

De officier van justitie verzocht op 2 februari 2026 om voortzetting van een crisismaatregel die op 31 januari 2026 was genomen ten aanzien van betrokkene, een internationale student geboren in 2007. De mondelinge behandeling vond plaats op 5 februari 2026, waarbij betrokkene, haar advocaat, een arts en haar moeder werden gehoord.

Betrokkene gaf aan dat zij bij opname erg in de war was door stress gerelateerd aan haar studie, maar dat haar situatie inmiddels verbeterd is. Zij heeft geen nare gedachten meer en werkt vrijwillig mee aan de behandeling, inclusief medicatie. De arts bevestigde dat het grootste gevaar, waaronder suïcidaliteit en ontremd gedrag, is geweken en dat voortzetting van de crisismaatregel niet noodzakelijk is.

De rechtbank concludeerde dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor voortzetting van de crisismaatregel. Er is geen sprake van verzet en er zijn mogelijkheden voor zorg op vrijwillige basis. Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens stabilisatie en vrijwillige medewerking betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/698689 / FA RK 26-942
Datum beschikking: 5 februari 2026

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 2 februari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , [land] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. D.G.M. van den Hoogen te Leiden.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 31 januari 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 31 januari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 2 februari 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat en ondersteund door de tolk Engels, M. van Kaam;
- de arts, [naam 2] ;
- de moeder van betrokkene.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft aangegeven dat zij bij opname erg in de war was. Als internationale student moet zij aan hoge eisen voldoen en dit zorgde voor de nodige stress. Sinds de opname gaat het beter met haar. Betrokkene heeft geen nare gedachtes meer. Wanneer zij met ontslag mag, zal zij samen met haar moeder terugkeren naar [land] en kan zij vanaf afstand haar studie hervatten.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene verzet zich niet tegen de opname en behandeling. Indien betrokkene verder is gestabiliseerd kan zij bij haar moeder in Delft verblijven.
De arts heeft naar voren gebracht dat het grootste gevaar inmiddels is geweken. Betrokkene dreigde voorafgaand aan de opname suïcide te plegen en vertoonde ontremd gedrag. Inmiddels wordt betrokkene ingesteld op een antipsychoticum. Op dit moment is opname noodzakelijk om terugval te voorkomen. Betrokkene ziet zelf in dat zij behandeling nodig heeft. Voortzetting van de crisismaatregel wordt op dit moment niet noodzakelijk geacht.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat er niet is voldaan aan de vereisten voor het voorzetten van de crisismaatregel en komt daarom tot een afwijzing van het verzoek.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de situatie van betrokkene is gestabiliseerd. Betrokkene werkt vrijwillig mee aan de behandeling en neemt haar medicatie in. Betrokkene staat goed in contact met haar behandelaren. Gelet op voorgaande is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van verzet bij betrokkene en dat er mogelijkheden zijn voor zorg op basis van vrijwilligheid.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 februari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.