ECLI:NL:RBDHA:2026:466
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel bewaring wegens onrechtmatig verblijf en zicht op uitzetting
De rechtbank Den Haag behandelde op 30 december 2025 het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op 22 december 2025. Eiser betwistte het ontbreken van rechtmatig verblijf en voerde aan dat de minister onvoldoende voortvarend had gehandeld en dat er geen zicht op uitzetting bestond.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft, mede omdat zijn asielaanvraag buiten behandeling is gesteld en hij geen andere verblijfsaanvraag heeft ingediend. De technische fout in het EES-systeem leidt niet tot een ander oordeel. De minister heeft de maatregel op een juiste grondslag genomen.
Verder is geoordeeld dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld door binnen enkele dagen na inbewaringstelling uitzettingshandelingen te verrichten, waaronder een vertrekgesprek en het aanvragen van een laissez-passer. Het ontbreken van identiteitsdocumenten van eiser maakt uitzetting complex, maar het zicht op uitzetting ontbreekt niet.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter Schuurman-Kleijberg en griffier El-Amrani en is openbaar bekendgemaakt op 5 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.